dinsdag 14 augustus 2018

Vaderleed

Er zijn Vaders die onverwacht een kind hebben verloren.
Soms door plotselinge ziekte, ongeval, of het is doodgeboren.
Na een periode van intens verdriet waarin hij weet dat hij zijn kind nooit meer ziet.
Ziet de Vader machteloos en ontdaan, de wereld rustig verder gaan.
Wezenloos zit hij in de kerk, lusteloos gaat hij naar zijn werk.
Maar als het leven verder lijkt te gaan grijpt een duistere macht hem aan.
Hij had zo graag willen vechten, strijden, om zijn kind van de dood te bevrijden.
Dan grijpt vaak uit het niets vandaan, hem een enorme woede aan.
Zijn bloed kookt, zijn spieren trillen, en 't liefst zou hij willen gillen.
Brullen, schreeuwen, er op slaan, voor 't verdriet hem aangedaan.
Soms gebeurt dit op zijn werk, soms gebeurt dit in de kerk.
Tijdens het autorijden en het eten, en hij voelt zich dan vergeten.
Zijn ziel voelt zich als een dier in een kooi, zonder stro en zonder hooi.
Zijn beulen staan in het duister eromheen, en prikken door de tralies heen.
Hij brult het uit van frustratie en van pijn, maar hij kan niet zien wie zijn beulen zijn.
Hij wil doden en verscheuren, een gevoel wat hij weldra zal betreuren.
Als de woede hem verlaat, staat hij soms eenzaam op de straat.
En alles wat dan overschiet is dan matheid en verdriet.
Ziet u zo'n Vader ooit eens staan, denk er dan ook eens aan.
Wees er voor hem, al is 't héél even.
Want weet ondanks zijn verlies blijft hij Vader, zijn hele leven.

zondag 5 augustus 2018

Wat de Bijbel zegt over seksualiteit.

Wij christenen worden de laatste jaren gedwongen om de wereldse opvattingen over seksualiteit over te nemen.
Verplichte "lessen" op scholen waarin niet alleen meer voorlichting wordt gegeven over seksualiteit maar waar tegenwoordig ook "voorlichting" wordt gegeven hoe men met voorbehoedsmiddelen dient om te gaan.
Dat alleen al is lijnrecht tegen de weg die God de mensen gewezen heeft en daarbij ook lijnrecht tegen de levensovertuiging van de christenen.
Om het nog erger te maken komen er mensen onder de lobby van het COC onze jeugd "voorlichten" dat zij de tegennatuurlijke seksuele handelingen die zij praktiseren normaal moeten gaan vinden.
Dat onder de noemer "liefde = liefde".

De media staat ook bol van deze "overtuiging".
Op TV is het "normaal" dat anders geaarde mensen vrij uitvoering aan het woord komen en de jaarlijkse Canal Parade in Amsterdam dwingt de meerderheid van de bevolking deze praktijken "normaal" te gaan vinden.

Met "liefde = liefde" bedoeld men eindelijk sex = liefde en liefde = sex.
De term liefde wordt hiermee misbruikt door de mensen die hun afwijkende seksuele voorkeur willen rechtvaardigen.
Zo word in de pornowereld het woord liefde misbruikt, ook de ontrouw in het huwelijk of relatie laat men schuil gaan achter het woord liefde (second love).
Pedofielen misbruiken het woord liefde en zelfs mensen die een voorkeur hebben voor seksuele handelingen met dieren misbruiken het woord liefde om hun seksuele handelingen te rechtvaardigen.

Stuiten deze dingen iemand (gelovig of ongelovig) tegen de borst en laat deze persoon zijn of haar afkeer in het openbaar (met name op de sociale media) weten, dan is Nederland te klein.
Dan wordt deze persoon weggezet als homofoob, iemand die discrimineert, godsdienstwaazinnige, onverdraagzame, iemand die 100 jaar achterloopt en nog veel meer onvriendelijke benamingen.

Tot zover de verdraagzaamheid vanaf de andere kant.

Met deze zaken in het achterhoofd gaan wij kijken naar:
1. Het onderscheid tussen liefde en seksualiteit.
2. Hoe God de schepper het bedoeld heeft.
3. Wat God er in Zijn woord over gezegd heeft.
4. Wat de gevolgen van ongehoorzaamheid zijn.

1. Het onderscheid tussen liefde en seksualiteit.
Het lijkt moeilijk om hier een scheiding in aan te geven omdat de twee zaken elkaar lijken te overlappen.
Toch kun je liefde en seksualiteit los van elkaar aantonen.

Wat liefde is staat alsvolgt beschreven:

De liefde is lankmoedig, zij is goedertieren; de liefde is niet afgunstig; de liefde handelt niet lichtvaardiglijk, zij is niet opgeblazen;
Zij handelt niet ongeschiktelijk, zij zoekt zichzelve niet, zij wordt niet verbitterd, zij denkt geen kwaad;
Zij verblijdt zich niet in de ongerechtigheid, maar zij verblijdt zich in de waarheid;
Zij bedekt alle dingen, zij gelooft alle dingen, zij hoopt alle dingen, zij verdraagt alle dingen.
De liefde vergaat nimmermeer; maar hetzij profetieën, zij zullen te niet gedaan worden; hetzij talen, zij zullen ophouden; hetzij kennis, zij zal te niet gedaan worden.

Ja zult u denken, dat zal wel zo wezen maar hoe zit het met de liefde tussen mensen?

Er zijn verschillende vormen van liefde, zo zijn er bijvoorbeeld de liefde tussen moeder en kind, vader en kind, liefde voor een koning of leider of de liefde vanuit een hechte vriendschap zoals David met Jonathan had.

David benoemd dit als hij schrijft:

Ik ben benauwd om uwentwil, mijn broeder Jónathan! Gij waart mij zeer liefelijk; uw liefde was mij wonderlijker dan liefde der vrouwen.

Allemaal vormen van liefde die niets met seksualiteit te maken hebben, maar wel juist die vormen van liefde die God de mens geboden heeft.

Seksualiteit kan een vorm zijn om de liefde te beleven maar omdat je ook seksualiteit kunt beleven zonder dat er van liefde sprake is staan deze twee zaken toch los van elkaar.

2. Hoe God de schepper het bedoeld heeft.

Hierbij gaan we eerst kijken wat er geschreven staat:

En God schiep den mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij ze.

Ook had de HEERE God gesproken: Het is niet goed, dat de mens alleen zij; Ik zal hem een hulpe maken, die als tegen hem over zij.
Want als de HEERE God uit de aarde al het gedierte des velds, en al het gevogelte des hemels gemaakt had, zo bracht Hij die tot Adam, om te zien, hoe hij ze noemen zou; en zo als Adam alle levende ziel noemen zoude, dat zou haar naam zijn.
Zo had Adam genoemd de namen van al het vee, en van het gevogelte des hemels, en van al het gedierte des velds; maar voor den mens vond hij geen hulpe, die als tegen hem over ware.
Toen deed de HEERE God een diepen slaap op Adam vallen, en hij sliep; en Hij nam een van zijn ribben, en sloot derzelver plaats toe met vlees.
En de HEERE God bouwde de ribbe, die Hij van Adam genomen had, tot een vrouw, en Hij bracht haar tot Adam.

En God zegende hen, en God zeide tot hen: Weest vruchtbaar, en vermenigvuldigt, en vervult de aarde, en onderwerpt haar, en hebt heerschappij over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over al het gedierte, dat op de aarde kruipt!

Toen zeide Adam: Deze is ditmaal been van mijn benen, en vlees van mijn vlees! Men zal haar Manninne heten, omdat zij uit den man genomen is.
Daarom zal de man zijn vader en zijn moeder verlaten, en zijn vrouw aankleven; en zij zullen tot één vlees zijn.

Let op wat hier gebeurt is.
Ten eerste schiep God de man, de man was alleen terwijl de dieren ieder een partner hadden (mannetje en vrouwtje).
Deze dieren kregen de opdracht om zich te vermenigvuldigen en de aarde te vullen.
De mens (Adam) kon dit echter niet zonder "hulpe die als tegen hem over zij".
Om de taken en opdrachten van God te vervullen besloot God om de vrouw te scheppen.

In de strafrede die God uitsprak tegen de engelen die hun post verlaten hadden en zich vergrepen hadden aan de vrouwen van de mensen zei God:

Daarom heb ik hen (de mensen) ook vrouwen gegeven zodat zij die zwanger konden maken, en kinderen van hen konden krijgen, opdat het hun aldus aan niets op aarde zou ontbreken.

Het valt hier op dat Adam de bedoeling van het krijgen van zijn vrouw goed begrepen had als hij zei:
Daarom zal de man zijn vader en zijn moeder verlaten, en zijn vrouw aankleven; en zij zullen tot één vlees zijn.

Let op het woord aankleven (in de grondtekst דָּבַק ).
Dit woord betekent aankleven, houden, houden zich - bij, inhalen, kleven, aanhangen, zich aansluiten.

In heel de scheppingsgeschiedenis komt het woord liefde niet voor, Adam heeft het dan ook niet over het liefhebben of over het houden van zijn vrouw maar over het BIJ zich houden van zijn vrouw en de opdracht om tot één vlees te zijn.
Het tot één vlees zijn betekent een seksuele relatie hebben met het doel om kinderen te kunnen krijgen.

Hoe zit het dan met de liefde zult u zich afvragen?
De liefde was voor de zondeval alom vertegenwoordigd en zo vanzelfsprekend dat een opdracht tot een aparte liefde tussen man en vrouw niet nodig was.

De oorsprong van de liefde was de liefde van God tot de totale schepping.
Deze liefde vloeide over de aarde waar de mensen en dieren God kenden aan de wind des daags.
De liefde vloeide van God naar de aarde, de bomen en planten, de dieren en de mensen die deze liefde tot God en elkaar beleefden.
Als God door de hof van Eden wandelde vloeide de liefde tussen de schepping en alle schepselen weer terug naar God.

Zoals gezegd zijn seksualiteit en liefde twee verschillende dingen.

Zegt de Bijbel dan niets over de aparte liefde tussen man en vrouw?
Jazeker maar pas na de zondeval.
De eerste keer dat deze liefde in de Bijbel voorkomt gaat het over de liefde tussen Izak en Rebekka.
Zo staat er geschreven:

En Izak bracht haar in de tent van zijn moeder Sara; en hij nam Rebekka, en zij werd hem ter vrouw, en hij had haar lief. Alzo werd Izak getroost na zijner moeders dood

3. Wat God er in Zijn woord over gezegd heeft.

Nadat God het gebod van de seksuele relatie aan de mensen gegeven begonnen de mensen Gods scheppingsorde te overtreden.
Zoals ieder gebod als tegenhanger een verbod heeft, heeft God aan Zijn volk die een volk van priesters voor de wereld moeten zijn verteld welke seksuele handelingen verboden zijn.

Zo staat er geschreven:

Mijn rechten zult gij doen, en Mijn inzettingen zult gij houden, om in die te wandelen; Ik ben de HEERE, uw God!
Ja, Mijn inzettingen en Mijn rechten zult gij houden; welk mens dezelve zal doen, die zal door dezelve leven; Ik ben de HEERE!
Niemand zal tot enige nabestaande zijns vleses naderen, om de schaamte te ontdekken; Ik ben de HEERE!
Gij zult de schaamte uws vaders en de schaamte uwer moeder niet ontdekken; zij is uw moeder; gij zult haar schaamte niet ontdekken.
Gij zult de schaamte der huisvrouw uws vaders niet ontdekken; het is de schaamte uws vaders.
De schaamte uwer zuster, der dochter uws vaders, of der dochter uwer moeder, te huis geboren of buiten geboren, haar schaamte zult gij niet ontdekken.
De schaamte der dochter uws zoons, of der dochter uwer dochter, haar schaamte zult gij niet ontdekken; want zij zijn uw schaamte.
De schaamte van de dochter der huisvrouw uws vaders, die uw vader geboren is (zij is uw zuster), haar schaamte zult gij niet ontdekken.
Gij zult de schaamte van de zuster uws vaders niet ontdekken; zij is uws vaders nabestaande.
Gij zult de schaamte van de zuster uwer moeder niet ontdekken; want zij is uwer moeder nabestaande.
Gij zult de schaamte van den broeder uws vaders niet ontdekken; tot zijn huisvrouw zult gij niet naderen; zij is uw moei.
Gij zult de schaamte uwer schoondochter niet ontdekken; zij is uws zoons huisvrouw; gij zult haar schaamte niet ontdekken.
Gij zult de schaamte der huisvrouw uws broeders niet ontdekken; het is de schaamte uws broeders.
Gij zult de schaamte ener vrouw en harer dochter niet ontdekken; de dochter haars zoons, noch de dochter van haar dochter zult gij nemen, om haar schaamte te ontdekken; zij zijn nabestaanden; het is een schandelijke daad.
Gij zult ook geen vrouw tot haar zuster nemen, om haar te benauwen, mits haar schaamte nevens haar, in haar leven, te ontdekken.
Ook zult gij tot de vrouw in de afzondering van haar onreinigheid niet naderen, om haar schaamte te ontdekken.
En gij zult niet liggen bij uws naasten huisvrouw ter bezading, om met haar onrein te worden.
En van uw zaad zult gij niet geven, om voor den Molech door het vuur te doen gaan; en den Naam uws Gods zult gij niet ontheiligen; Ik ben de HEERE!
Bij een manspersoon zult gij niet liggen met vrouwelijke bijligging; dit is een gruwel.
Insgelijks zult gij bij geen beest liggen, om daarmede onrein te worden; een vrouw zal ook niet staan voor een beest, om daarmede te doen te hebben; het is een gruwelijke vermenging.
Verontreinigt u niet met enige van deze; want de heidenen, die Ik van uw aangezicht uitwerpe, zijn met alle deze verontreinigd.

Het staat er voor sommigen van u misschien in een wat moeilijke taal, maar kort samengevat staat er:

Het is verboden sex te hebben met:
- Een familielid
- Je vader
- Je moeder of je stiefmoeder
- Je zus of stiefzus
- Je kleinkinderen
- Je tante of oom (ook de aangetrouwde ooms en tantes)
- Je stiefdochter of de kinderen van je stiefdochter.
- De zus van je vrouw
- Een vrouw die ongesteld is
- De vrouw of man van een ander
- Iemand van hetzelfde geslacht.
- Meerdere personen tegelijk (mannen en of vrouwen)
- Dieren
- Iemand die je voor seksuele diensten betaalt (hoer of schandknaap)
- Iemand waar je niet mee getrouwd bent

Op andere plaatsen staat geschreven:

Daarom heeft God hen ook overgegeven in de begeerlijkheden hunner harten tot onreinigheid, om hun lichamen onder elkander te onteren;

Daarom heeft God hen overgegeven tot oneerlijke bewegingen; want ook hun vrouwen hebben het natuurlijk gebruik veranderd in het gebruik tegen nature;
En insgelijks ook de mannen, nalatende het natuurlijk gebruik der vrouw, zijn verhit geworden in hun lust tegen elkander, mannen met mannen schandelijkheid bedrijvende, en de vergelding van hun dwaling, die daartoe behoorde, in zichzelven ontvangende.

Het huwelijk is eerlijk onder allen, en het bed onbevlekt; maar hoereerders en overspelers zal God oordelen.

Maar om der hoererijen wil zal een iegelijk man zijn eigen vrouw hebben, en een iegelijke vrouw zal haar eigen man hebben.
De man zal aan de vrouw de schuldige goedwilligheid betalen; en desgelijks ook de vrouw aan den man.
De vrouw heeft de macht niet over haar eigen lichaam, maar de man; en desgelijks ook de man heeft de macht niet over zijn eigen lichaam, maar de vrouw.
Onttrekt u elkander niet, tenzij dan met beider toestemming voor een tijd, opdat gij u tot vasten en bidden moogt verledigen; en komt wederom bijeen, opdat u de satan niet verzoeke, omdat gij u niet kunt onthouden.
Doch dit zeg ik uit toelating, niet uit bevel.

Kortom:
- God heeft de mens geschapen als man en vrouw.
- God heeft de man en vrouw zelf samengebracht en gezegend (dat is in de echt verbonden).
- God heeft de mens opdracht (gebod) gegeven om binnen het huwelijk (tussen man en vrouw) een seksuele relatie tussen die man en die vrouw aan te gaan.
- God heeft alle andere vormen van sex verboden.

4. Wat de gevolgen van ongehoorzaamheid zijn.

De eerste tegennatuurlijke seksuele handelingen vinden we al vroeg in Gods woord.
Vreemd genoeg worden deze eerste misdadige handelingen niet door mensen maar door engelen gepleegd.

Hieronder vind u een wat lange impressie uit verschillende boeken van wat er gebeurt is:

En het geschiedde, als de mensen op den aardbodem begonnen te vermenigvuldigen, en hun dochters geboren werden,
Dat Gods zonen de dochteren der mensen aanzagen, dat zij schoon waren, en zij namen zich vrouwen uit allen, die zij verkozen hadden.
Toen zeide de HEERE: Mijn Geest zal niet in eeuwigheid twisten met den mens, dewijl hij ook vlees is; doch zijn dagen zullen zijn honderd en twintig jaren.
In die dagen waren er reuzen op de aarde, en ook daarna, als Gods zonen tot de dochteren der mensen ingegaan waren, en zich kinderen gewonnen hadden; deze zijn de geweldigen, die van ouds geweest zijn, mannen van name.

En het gebeurde dat toen de mensenkinderen talrijk geworden waren, dat er aan hen in die dagen mooie en bevallige dochters geboren werden. En de engelen, de kinderen van de hemel, zagen hen, verlangden naar hen, en zeiden tegen elkaar:
'Kom, laat ons vrouwen kiezen vanuit de mensenkinderen en nageslacht bij hen verwekken'. En Semjeza, die hun leider was, zei tegen hen: 'Ik ben bang dat gij niet werkelijk met deze daad zult instemmen, en ik alleen de straf voor een grote zonde zal moeten dragen'.
En zij allen antwoordden hem en zeiden: 'Laat ons allen met een eed zweren, en ons onder wederzijds toezicht allen aan elkaar binden om dit plan niet te verlaten, maar het uit te voeren'.
Toen zwoeren zij gezamenlijk en verbonden zich eraan door er wederzijds op toe te zien.
En het waren er allen tezamen een
tweehonderd die in de dagen van Jered neerdaalden op de top van de berg Hermon, en zij noemden het de berg Hermon omdat zij gezworen hadden en zich eraan verbonden hadden door er wederzijds op toe te zien. En dit zijn de namen van hun leiders: Semjeza, hun leider, Areklba, Rameël, Kokablel, Tamlel, Ramlel, Danel, Ezekweël, Barekwijal, Azazel, Armaros, Baterel, Ananel, Zakwiël, Samzepeël, Saterel, Turel, Jomjael, Sariël. Dit zijn hun oversten van tien.
En alle anderen met hen namen zichzelf vrouwen, en ieder koos er een voor zich, en zij begonnen in hen te gaan en zich met hen te verontreinigen, en zij leerden hen tovernarij en banspreuken, en het insnijden van wortels, en maakten hen vertrouwd met kruiden.
En zij werden zwanger, en zij baarden grote reuzen,
wier grootte drieduizend(?) el was; Dezen verorberden alles wat de mensen voortbrachten.
En toen de mensen ze niet langer konden onderhouden, keerden de reuzen zich tegen hen en aten mensen op. En zij begonnen te zondigen tegen vogels, en dieren, en reptielen, en vissen, en eenieder de ander zijn vlees te eten, en het bloed te drinken.
Daarna klaagde de aarde de wettelozen aan...
En Azazel leerde de mensen zwaarden te maken, en messen, en schilden, en borstplaten, en deed hen de metalen van de aarde kennen en de kunst om hen te
bewerken, en armbanden en ornamenten, en het gebruik van antimoon, en het vervraaien van de oogleden, en allerlei soorten kostbare gesteenten, en elkekleurvloeistof.
En er kwam veel goddeloosheid op, en zij gaven zich over aan verkrachtingen, en zij werden tot dwaling geleid, en werden verdorven in al hun wegen.
Semjeza onderwees banspreuken en wortelinsnijdingen, Armaros het opheffen van banspreuken, Barakwijal (onderwees) astrologie, Kokabel de constellaties, Ezekweël de kennis van de wolken, Arakwiël de tekenen van de aarde, Samsiël de tekenen van de zon, en Sariël de baan van de maan. En naarmate de mensen wegkwijnden, schreeuwden zij het uit, en hun roep steeg op ten hemel...

en zie! de Wachters riepen mij en zeiden tot mij:
Gij schriftsteller van rechtvaardigheid, ga, verklaar aan de Wachters der hemel die de hoge hemel, de heilige eeuwige plaats, verlaten hebben en zich met
vrouwen verontreinigd hebben, en de dingen naar de wijze van de aardse kinderen gedaan hebben, en vrouwen in bezit hebben genomen:
Gijlieden hebt de aarde eengrote vernietiging toegebracht, en gij zult geen vrede noch vergeving van zonde hebben; en in dezelfde mate waarin zij genieten van hun kinderen, zullen zij het vermoorden van hun geliefden zien, en over de vernietiging van hun kinderen zullen zij weeklagen, en er tot in tijden hun smekingen op richten, maar genade en vrede zullen zij niet verkrijgen.

En ga, zeg tegen de wachters der hemel.
Waarom hebt gij de hoge, heilige, en eeuwige hemel verlaten, en bij vrouwen gelegen, en uzelf met de dochters der mensen verontreinigd en uzelf vrouwen toegeëigend, en gelijk de kinderen der aarde gedaan, en reuzen (als uw) zonen verwekt? En ondanks dat gij heilig en geestelijk waart, en het eeuwig leven had, hebt gij uzelf met het bloed van vrouwen verontreinigd, en (kinderen) met het bloed dat in het vlees is verwekt, en gelijk de mensenkinderen vlees en bloed begeerd zoals ook zij doen die doodgaan en verdwijnen. Daarom heb ik hen ook vrouwen gegeven zodat zij die zwanger konden maken, en kinderen van hen konden krijgen, opdat het hun aldus aan niets op aarde zou ontbreken. Maar gij waart voorheen geestelijk, het eeuwig leven bezittend, en onsterfelijk voor alle generaties van de wereld. En daarom heb Ik geen vrouwen voor u bestemd; want wat de geesten der hemel betreft, in de hemel is hun verblijfplaats.

het grote oordeel waarin de tijd zal aflopen voor de Wachters en de goddelozen, ja, tot een volledig einde zal komen".
En nu voor wat betreft de Wachters die u gezonden hebben om voor hen te bemiddelen, die voorheen
in de hemel waren, (zeg tot hen): "Gij zijt in de hemel geweest, maar nog niet alle mysteries waren al aan ulieden geopenbaard, en gij wist de waardeloze ervan, en deze hebt gij in de gevoelloosheid van uw harten aan de vrouwen bekend gemaakt, en door deze mysteries berokkenen vrouwen en mannen veel kwaad op aarde".
Zeg hen daarom: "Gij zult geen vrede kennen"'.

En de engelen, die hun beginsel niet bewaard hebben, maar hun eigen woonstede verlaten hebben, heeft Hij tot het oordeel des groten dags met eeuwige banden onder de duisternis bewaard. Gelijk Sódoma en Gomórra, en de steden rondom dezelve, die op gelijke wijze als deze gehoereerd hebben, en ander vlees zijn nagegaan, tot een voorbeeld voorgesteld zijn, dragende de straf des eeuwigen vuurs.

Aan het bovenstaande zien we een aantal dingen.
Ten eerste zien we dat er een groep engelen (niet degene die met satan zijn afgevallen) hun post in de hemel verlaten om een seksuele relatie met de vrouwen van de mensen aan te gaan.
Dit was tegen de scheppingsorde van God en resulteerde in een kruising van twee rassen (mensen en engelen).
Hieruit werd een ras van reuzen geboren die andere kenmerken had zoals wij ook in de dieren kunnen zien die een kruising van rassen zijn.
Voorbeelden zijn de lijger, de hybridekameel en de muilezel.
Ten tweede zien we dat zonde, zonde voortbrengt.
Ten derde zien we dat God hier zo vertoornd over is dat deze groep engelen op Zijn bevel gevangen genomen is en dat zij in eeuwigheid geen vergeving van hun zonden kunnen krijgen.
Ten vierde was door hun toedoen de aarde zo verdorven dat God besloot de zondvloed op te laten komen.
Zo werden de mensen die zichzelf met de engelen ingelaten hadden allemaal gedood.
Ook hun wacht het rechtvaardige oordeel op de laatste oordeelsdag.

God zegt dat seksuele handelingen tussen rassen een gruwelijke vermenging is.

Wat de ongehoorzaamheid van de mensen betreft, daar is God heel duidelijk over.
Want er staat geschreven:

Of weet gij niet, dat de onrechtvaardigen het Koninkrijk Gods niet zullen beërven?
Dwaalt niet; noch hoereerders, noch afgodendienaars, noch overspelers, noch ontuchtigen, noch die bij mannen liggen, noch dieven, noch gierigaards, noch dronkaards, geen lasteraars, geen rovers zullen het Koninkrijk Gods beërven.

Of weet gij niet, dat die de hoer aanhangt, één lichaam met haar is? Want die twee, zegt Hij, zullen tot één vlees wezen.
Maar die den Heere aanhangt, is één geest met Hem.
Vliedt de hoererij.
Alle zonde, die de mens doet, is buiten het lichaam, maar die hoererij bedrijft, zondigt tegen zijn eigen lichaam.
Of weet gij niet, dat ulieder lichaam een tempel is van den Heiligen Geest, Die in u is, Dien gij van God hebt, en dat gij uws zelfs niet zijt?

Bezondigen je je eigen lichaam door op seksueel gebied ongehoorzaam aan de inzettingen van God te zijn dan kun je in het rijk van God niet binnengaan.
Dan is de hel de plaats waar je voor eeuwig zult moeten verblijven samen met satan en de engelen die Gods woord ongehoorzaam waren.

Zegt u "dat is wel erg kras?".
Lees de geschiedenis van Onan maar eens.

Juda nu nam een vrouw voor Er, zijn eerstgeborene, en haar naam was Thamar.
Maar Er, de eerstgeborene van Juda, was kwaad in des HEEREN ogen; daarom doodde hem de HEERE.
Toen zeide Juda tot Onan: Ga in tot uws broeders huisvrouw, en trouw haar in uws broeders naam, en verwek uw broeder zaad.
Doch Onan, wetende, dat dit zaad voor hem niet zoude zijn, zo geschiedde het, als hij tot zijns broeders huisvrouw inging, dat hij het verdierf tegen de aarde, om zijn broeder geen zaad te geven.
En het was kwaad in des HEEREN ogen, wat hij deed; daarom doodde Hij hem ook.

Hier gaat het over het broederhuwelijk.
Onan ging dus niet vreemd maar trok zich terug zodat zijn zaad (op de grond) verloren ging.
God zag en ziet dit ook als een zonde tegen Zijn gebod, en met God valt niet te spotten.

maandag 9 juli 2018

Christenvervolging

Nederland is een land van vrijheden.
De vrijheid van Godsdienst is samen met de vrijheid van meningsuiting opgenomen in onze grondwet.
Christenvervolging is voor veel mensen iets dat alleen in het buitenland speelt.
Christenen die gemarteld, gekruisigd, verband, gelyncht, onthoofd of op een andere manier vermoord worden.
Het is bekend dat er elke 11 minuten een christen sterft vanwege zijn of haar geloof.
Christenen die buitengesloten worden op scholen, universiteiten, banen, gemeenschappen en overheden.
Christenen die dagelijks bespot, uitgescholden, gehoond en geslagen worden.
Christenen die niets kunnen kopen of verkopen, omdat niemand zaken met ze willen doen.

Nee dat is in Nederland niet het geval.
In Nederland zijn gelovigen wettelijk beschermd tegen deze practijken.
Maar is dat echt wel zo?
Nee want de wet kan de gelovigen niet beschermen tegen het sociale opvattingen van de bevolking, het sentiment van een politieke partij of de weerstand van andere geloofsgeroepen.
Ook in democratisch Nederland lijden christenen onder verschillende vormen van geloofsvervolging.
Omdat dit tegen onze grondwet is word er vaak een andere reden verzonnen om deze vormen van pesten en onderdrukking te rechtvaardigen.

Zo is er het voorbeeld van de boer die "Jezus red" op het dak van zijn schuur had geplaatst.
Eerst probeerde verschillende instanties het te verbieden omdat ze tegen de inhoud van de tekst waren.
Toen ze erachter kwamen dat een actie was tegen een geloofsovertuiging verzonnen ze een andere aanklacht op grond van dat het niet zou passen in de omgeving.

Een ander voorbeeld is een verlicht reclamebord van een kerk in een Nederlandse gemeente met de zelfde tekst "Jezus red" met de verwijzing naar de diensten van dat kerkgenootschap.
Voor dit reclamebord werd jarenlang huur betaald en niemand stoorde zich eraan.
Totdat een plaatselijke afdeling van een landelijke anti christelijke partij besloot dat dat bord verwijderd moest worden omdat het "niet meer van deze tijd" was.

Ook mag van de plaatselijke politiek in menige stad de kerkklokken op zondagmorgen niet meer geluid worden wat voor christenen al eeuwen lang bij de uitoefening van hun geloofsbeoefening hoort.

Ook in de landelijke politiek zijn anti christelijke partijen veel geld en energie aan het verspillen om elke verwijzing naar het christelijk geloof uit het land weg te doen.
Een voorbeeld daarvan is dat men pasgeleden een wetsvoorstel indiende dat de aanhef van elke wet moest veranderen.
Zo moest de aanhef 'Wij Willem- Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje- Nassau, enz. enz. Ontdaan worden van bij de gratie Gods omdat dit niet meer van deze tijd zou zijn.
Een nodeloze wijziging die een hoop geld, energie en tijd kost om door te voeren hoewel er aan de inhoud van de wetten niets zou veranderen.

De Nederlandse christenen van tegenwoordig mogen van de niet christelijke bevolking hun geloof alleen achter hun voordeur en kerkdeur beleven.
En zelfs dan wil de overheid hun kinderen anti christelijke gedachten via de media en de scholen opdringen.
Gedachtegoed dat lijnrecht tegenover elke vorm van christelijke normen en waarden ingaat terwijl het christelijke gedachtegoed vaak onterecht als discriminatie wordt bestempeld.

In de landen om ons heen zien we al gebeurtenissen die tekenen hoe de christen onderdrukt en monddood gemaakt wordt.
Zo is er een arts in Duitsland die geen euthanasie wilde plegen ontslagen, een verloskundige in Denemarken kreeg geen baan omdat ze geen abortus wilde plegen (wat de verloskundige praktijken daar doen).

In Engeland gaat men al een stukje verder.
Een kerk die op een poster waarschuwde voor de hel moest in opdracht van de politie de poster verwijderen en een Engelse predikant van een andere kerk is veroordeeld omdat hij gezegd had dat Jezus Christus de enige weg ten leven is en dat iedereen die niet in Jezus gelooft in de hel zal komen.

Er zijn ook voorbeelden van pesterijen en uitlokking.
Zo werd een Christelijke bakker in Ierland veroordeeld omdat een paar homofielen die wilden gaan trouwen opzettelijk bij deze bakker een bruidstaart bestelden waar de bakker een opschrift op moest maken.
Dit opschrift luide: wij ondersteunen het homohuwelijk.
De bakker weigerde op grond van zijn geloof deze taart te bakken en werd door de rechter veroordeeld wegens discriminatie.

En in Nederland?
In Nederland hebben we het voorbeeld van de trouwambtenaar.
Er waren Christelijke trouwambtenaren die op grond van hun geloofsovertuiging geen mensen konden trouwen die van het zelfde geslacht waren.
De gemeentes hadden hiervoor een prima oplossing bedacht, ze hadden meerdere trouwambtenaren waarvan er genoeg geen gewetensbezwaren hadden met het trouwen van mensen van het zelfde geslacht.
Dat was niet naar de zin van het COC dus kozen homo's en lesbiennes massaal die trouwambtenaar die vanwege hun geloofsovertuiging geen mensen konden trouwen die van het zelfde geslacht waren.
Het gevolg was dat de politiek er voor zorgde dat gewetensbezwaarde trouwambtenaren ontslagen werden en dat deze functie niet meer beschikbaar is voor gelovigen.

Ook de 24 uurs-economie brengt de gelovige christenen in de problemen.
Ze maken (veelal bij handwerk beroepen) grote kans bij een sollicitatie afgewezen te worden omdat zij de zondag om hun geloofsovertuiging niet kunnen werken.
Deze zelfde geloofsovertuiging belemmerd de promotiekansen en doorgroeimogelijkheden.
Natuurlijk worden ze niet afgewezen om hun geloofsovertuiging (wat wettelijk verboden is) maar worden belemmerd om te solliciteren of krijgen een afwijzing omdat ze niet "in het profiel" zouden passen.

Een christen die op zijn werk of op school uitkomt voor zijn of haar geloof krijgt vaak niet alleen de negatieve gevolgen en reacties van zijn of haar collega's maar ook van leidinggeven en werkgevers.
Zo is er het voorbeeld van een universiteit die een afgestudeerde student zijn diploma niet wilde geven omdat hij in het voorwoord van zijn toespraak een dankwoord wilde uitspreken voor de steun die hij van zijn familie en van God had ontvangen.
De universiteit keurde het dankwoord aan de familie goed maar het dankwoord aan God moest geschrapt worden met als sanctie dat hij zijn diploma niet zou krijgen.

Al deze zaken tonen dat de christenen, hoewel officieel wettelijk beschermd in Nederland niet gevrijwaard zijn van intimidatie en discriminatie door landelijke wetgeving, locale regelgeving en andere sociale opvattingen op het gebied van arbeidstijden, medische en ethische kwesties.

Deze vormen van onderdrukking worden toegepast door vijanden van christenen en mensen die daar onwetend en onnadenkend aan meedoen.

zondag 17 juni 2018

Koninklijk bruilofts(avond)maal

Laatst zat ik van 's levenszorgen uitgeput op een kruispunt, leeg en blut.
Ik stond in de schuld bij de Heer des lands, had naar de mens gezien geen enkele kans, om te ontkomen aan mijn straf, zonder rust zelfs in het graf.

Een koningklijke heraut kwam toen voorbij, en sprak zo vriendelijk tegen mij.
Ik luisterde met open mond en tranen vielen op de grond.
Hij sprak van gratie en gena door het offer van Golgotha.
De koning scholt al mijn schulden kwijt, ik stond niets meer in het krijt!
Ik riep toen, ach mijn Heer, dat kan voor mij toch echt niet meer!
Weet u wel wat ik heb gedaan, hoe ik met schulden ben bellaan!
En weet U ook mijn beste heraut dat ik gestolen heb, des Konings goud.
Mijn vonnis ligt alrede klaar, aan 't eind der tijden, reken maar!
En elke dag zo groeit mijn schuld, tot het uit is met het geduld, van de koning en zijn zoon, en dan wacht mij mijn verdiende loon.
Ik heb des Konings wet met voeten getreden, en ik heb geen enkele reden, om te denken waarom Hij mij gena zou schenken.
Zie mijn vodden en bekijk mijn staat hier in het slijk.

De heraut keek mij vriendelijk aan en sprak; zo zegt de koning, al wat je hebt misdaan zij je vergeven en ik wil dat jij bij me komt leven.
Ik nodig je hierbij uit voor het feest ter ere van Mijn Zoon, kom nu direct, je weet waar ik woon.
Maar koop voordat het het paleis betreedt eerst voor jezelf een bruiloftskleed.

Een bruiloftskleed kopen zo riep ik luid, maar ach mijn Heer ik heb geen duit.
Ik bezit buiten de vodden om mijn lijf het perkament van mijn schuldbekentenis, maar heb zelf geen rooie cent.
Hoe kan ik een bruiloftskleed gaan kopen waarmee ik het paleis kan binnen lopen.

De heraut zei mij toen aan dat ik naar het paleis moest gaan.
De koning wisselt uw schuldbekentenis en uw boetekleed om in een schitterend bruiloftskleed.
Ga nu gauw zij hij, 't is echt waar, alles voor het feest staat klaar.

Met lood in de schoenen en bezwaard gemoed, voegde ik mij in de stoet, van mensen met het laagst alooi die als schapen die opgaan naar de kooi.
Eenmaal bij 't paleis, 't is echt waar, stond daar alles voor ons klaar.
De gratie en het bruiloftskleed, ik werd gewassen en gekleed.
O wat een gena, dit schitterend feest, al is het niet voor iedereen geweest.
Één man wilde zijn schuldbekentenis en boetekleed niet ruilen voor een bruiloftskleed.
De koning was kortaf en zei, gooi hem eruit en gauw.
Ik wil niets meer te maken hebben met jouw.
Ik bood je gratie en gena, door 't offer van mijn Zoon op Golgotha.
Nu kom je met je schulden en je vuile kleren en hebt van mijn knechten niets willen leren.
Ga heen naar de duisternis daarbuiten, naar mijn gena kun je voorgoed fluiten.

Het feest begon en 's konings Zoon besteeg vol eer zijn troon en ik geef Hem eer die Zijn leven gaf en voor mij ging in het graf.

Amen.

woensdag 4 april 2018

De Emmaüsgangers, twee verdwaalde schapen en de Goede Herder.

De Emmaüsgangers, twee verdwaalde schapen en de Goede Herder.

Lucas 24

13 En zie, twee van hen gingen op denzelfden dag naar een vlek, dat zestig stadiën van Jeruzalem was, welks naam was Emmaüs;

Twee van hen, wie zijn die twee en wie zijn die hen?
Duidelijk is dat dit discipelen van Jezus waren.
Uit de Heilige Schrift blijkt duidelijk dat de aanhang van Jezus niet alleen de twaalf discipelen betrof maar dat er een vaste schare van ongeveer 120 mensen die Hem volgde.
Deze twee discipelen behoorde tot die groep.

14 En zij spraken samen onder elkander van al deze dingen, die er gebeurd waren.

Uit het bovenstaande blijkt dat zij de groep discipelen verlaten hadden en dat zij moedeloos naar hun huis terugkeerden.

15 En het geschiedde, terwijl zij samen spraken, en elkander ondervraagden, dat Jezus Zelf bij hen kwam, en met hen ging.

Zij spraken en ondervraagden elkaar en zagen geen toekomst meer nadat Jezus gestorven en begraven was.
Maar de Goede Herder ziet hier naar Zijn schapen om, ziet dat er twee afdwalen die zich reddeloos verloren voelen.
En zelfs al had Jezus het erg druk die dag (Hij had de zaligen uit het dodenrijk verlost, Zijn overwinning geproclameerd aan de gevallen engelen in de tartarus, ontmoetingen gehad met de vrouwen die zijn graf bezochten en een ontmoeting met Petrus gehad) toch laat hij deze twee schapen zie dreigen af te dwalen niet verdwalen en Hij gaat bij ze lopen.

16 En hun ogen werden gehouden, dat zij Hem niet kenden.

Jezus houdt hun ogen gesloten, waarom?
Jezus wil hen leren en zelf in laten zien wat er in de schriften over Hem geschreven staat.
Daarbij was Jezus al langer bij hen dan dat zij dachten.
Hij zag ze hoe moedeloos ze de groep discipelen verlaten hadden en is ze als een goede herder onzichtbaar gevolgd.
Jezus is opgestaan met een onvergankelijk hemels lichaam dat niet gebonden is aan tijd en ruimte.
Hij kan voor mensenogen onzichtbaar of onherkenbaar zijn, deuren en muren zijn voor Hem geen obstakel meer en de scheiding tussen tijd en eeuwigheid is voor hem (net als bij engelen) weggevallen.

17 En Hij zeide tot hen: Wat redenen zijn dit, die gij, wandelende, onder elkander verhandelt, en waarom ziet gij droevig?

Jezus is hier de ultieme trooster.
Hij geeft eerst de ruimte aan deze mensen om hun hart te luchten en al hun verdriet eruit te gooien.
Dat is een voorbeeld voor iedereen die troost wil brengen aan iemand die verdriet heeft of teleurgesteld is.
Pas als iemand zijn verdriet heeft geuit kan er worden begonnen met het geven van troost.

18 En de een, wiens naam was Kléopas, antwoordende, zeide tot Hem: Zijt Gij alleen een vreemdeling te Jeruzalem, en weet niet de dingen, die deze dagen daarin geschied zijn?

is het bijzonder dat Lucas hier een naam noemt?
Nee Lucas heeft zijn evangelie opgetekend nadat hij een gedegen onderzoek had gedaan en mensen gesproken had die het hadden meegemaakt of die er getuigen van waren geweest.
Het feit dat Lucas in sommige  gevallen afwijkend van Mattheüs en Markus 1 in plaats van 2 blinden of 1 in plaats van 2 bezetenen noemt is te wijten aan het feit dat hij voor de andere gevallen geen getuigen heeft kunnen vinden.
Kléopas is dus de man die Lucas gesproken heeft en waarvan hij het ooggetuige verslag heeft opgetekend.

Kléopas reageert verbaasd, iemand die niet weet wat er gebeurt is?

19 En Hij zeide tot hen: Welke? En zij zeiden tot Hem: De dingen aangaande Jezus den Nazaréner, Welke een Profeet was, krachtig in werken en woorden, voor God en al het volk.
20 En hoe onze overpriesters en oversten Denzelven overgeleverd hebben tot het oordeel des doods, en Hem gekruisigd hebben.
21 En wij hoopten, dat Hij was Degene, Die Israël verlossen zou. Doch ook, benevens dit alles, is het heden de derde dag, van dat deze dingen geschied zijn.
22 Maar ook sommige vrouwen uit ons hebben ons ontsteld, die vroeg in den morgenstond aan het graf geweest zijn;
23 En Zijn lichaam niet vindende, kwamen zij en zeiden, dat zij ook een gezicht van engelen gezien hadden, die zeggen, dat Hij leeft.
24 En sommigen dergenen, die met ons zijn, gingen heen tot het graf, en bevonden het alzo, gelijk ook de vrouwen gezegd hadden; maar Hem zagen zij niet.

Zo vertelt Kléopas alles wat hen dwars zit, wat ze verwacht hadden en met welke tegenstellingen zij nu te maken hebben.
Ze weten niet wat ze moeten denken van de verhalen die de vrouwen hebben verteld.
Zeker niet omdat Petrus en Johannes het graf leeg hebben aangetroffen maar geen spoor van Jezus gezien hebben.
Duidelijk is dat zij beiden de moed hebben opgegeven en van plan zijn om hun oude leven weer op te pakken.
Maar Jezus zou Jezus niet zijn als hij zijn volgelingen zo maar in de steek zou laten.

25 En Hij zeide tot hen: O onverstandigen en tragen van hart, om te geloven al hetgeen de profeten gesproken hebben!
26 Moest de Christus niet deze dingen lijden, en alzo in Zijn heerlijkheid ingaan?
27 En begonnen hebbende van Mozes en van al de profeten, legde Hij hun uit, in al de Schriften, hetgeen van Hem geschreven was.

Jezus geeft zich hier nog niet bloot, Hij wil dat zij Hem leren kennen en begint hen te onderwijzen uit de schriften.
De schriften laten aan de twee discipelen zien wie de Christus nu werkelijk is.
Had Jezus het zelfde bereikt als Hij zich direct bekend gemaakt had?
Waarschijnlijk niet, dan zouden de twee discipelen niet hebben ingezien wie hun verlosser nu echt was.

28 En zij kwamen nabij het vlek, daar zij naar toegingen; en Hij hield Zich, alsof Hij verder gaan zou.
29 En zij dwongen Hem, zeggende: Blijf met ons; want het is bij den avond, en de dag is gedaald. En Hij ging in, om met hen te blijven.
30 En het geschiedde, als Hij met hen aanzat, nam Hij het brood, en zegende het, en als Hij het gebroken had, gaf Hij het hun.

Hij ging achter hen aan.
Hij haalde hen in.
Hij gaf hen te kennen wie de Christus is.
Hij ging bij hen in.
Hij zegende hun brood.
Hij gaf hun voeding, voor lichaam en geest.

31 En hun ogen werden geopend, en zij kenden Hem; en Hij kwam weg uit hun gezicht.

Toen Jezus alles gedaan had wat nodig was opende Hij hun ogen.
Waarom bleef Jezus niet?
Waarom verdween Hij uit hun ogen?
Jezus heeft in hun harten het goede zaad gezaaid, als Hij zou blijven zouden de twee discipelen niet naar de kudde terugkeren.

32 En zij zeiden tot elkander: Was ons hart niet brandende in ons, als Hij tot ons sprak op den weg, en als Hij ons de Schriften opende?
33 En zij, opstaande ter zelfder ure, keerden weder naar Jeruzalem, en vonden de elven samenvergaderd, en die met hen waren;

Treffend is dat de Herder nu voor zijn schapen uitgaat en de schapen Hem volgen hoewel ze Hem niet meer met hun ogen zien.

34 Welke zeiden: De Heere is waarlijk opgestaan, en is van Simon gezien.
35 En zij vertelden, hetgeen op den weg geschied was, en hoe Hij hun bekend was geworden in het breken des broods.
36 En als zij van deze dingen spraken, stond Jezus Zelf in het midden van hen, en zeide tot hen: Vrede zij ulieden!

Stond Jezus er toen pas?
Nee, ik geloof dat Jezus al langer in hun midden was maar dat Hij wilde dat Zijn discipelen zouden geloven zonder dat ze Hem zagen.
Daarmee liet Hij de twee discipelen Zijn lessen aan de anderen doorgeven.
Als de boodschap gegeven is en de discipelen geloven verschijnt Hij aan Zijn volgelingen.

Zalig zijn de mensen die niet gezien hebben maat toch geloven.

zondag 25 maart 2018

De preek van de moordenaar aan het kruis.

De preek van de moordenaar aan het kruis.

En er werden ook twee anderen, zijnde kwaaddoeners, geleid, om met Hem gedood te worden.

In de Bijbel staan deze veroordeelden te boek als kwaaddoeners.

Hoewel er vaak wordt gezegd dat het twee moordenaars zijn is het woord kwaaddoeners vertaald vanuit het Griekse woord κακοῦργος dat boosdoener betekent

Mattheüs en Markus noemen ze λῃστής dat weer rover, plunderaar of zeerover betekent.

Wat die twee precies gedaan hadden en of ze zoals de verhalen vertellen vrijheidsstrijders zouden zijn laten wij rusten omdat de Bijbel hier niets over zegt.

Wel is duidelijk dat het hier gaat over een misdaad die de romeinse overheid bestrafte met de kruisiging.

Dit onderschrijft dat het hier om mannen van het joodse volk gaat omdat romeinen nooit door kruisiging werden geëxecuteerd.

En toen zij kwamen op de plaats, genaamd Hoofdschedel plaats, kruisigden zij Hem aldaar, en de kwaaddoeners, den een ter rechter zijde en den ander ter linker zijde.

Het gaat hier om twee veroordeelden die samen met Jezus door kruisiging werden geëxecuteerd.

De aanname is vaak dat de veroordeelde aan de rechterhand van Christus de gene was die de ander bestrafte en van Jezus genade mocht ontvangen.

De Bijbel spreekt hier echter niet van, dus wij zullen nooit weten aan welke kant de “goede” en aan welke kant  de “slechte” boosdoener heeft gehangen.

En een der kwaaddoeners, die gehangen waren, lasterde Hem, zeggende: Indien Gij de Christus zijt, verlos Uzelven en ons.

Over deze kwaaddoener wordt bijna nooit gesproken en dat is jammer.

Aan de andere kwaaddoener spiegelen veel mensen zich graag omdat die op het laatste ogenblik behouden werd.

Aan deze kwaaddoener spiegelen de mensen zich liever niet omdat men ervan uitgaat dat deze man voor de eeuwigheid verloren is.

Hij die net als Jezus en de andere kwaaddoener vreselijke pijnen leed welke de kruisdood met zich meebrengt moet radeloos van de pijn gereageerd hebben op de dingen die de overpriesters, de soldaten en het volk riepen.

Let wel dat de Joden een Messias verwachten die krachtdadig zou optreden en inderdaad bovennatuurlijke krachten en gaven van God ontvangen zou hebben.

De vraag is of wij deze kwaaddoener iets kunnen verwijten.

Hoe snel roepen wij iets met de massa mee?

Hoe snel delen wij een mening die door de maatschappij algemeen gevonden word?

Deze man hoorde de beschimpingen en de spot, en ging meedoen.

Waarom hij dat deed is duidelijk.

Als Jezus inderdaad de macht had om van het kruis te komen (en die macht had Hij: zie Mattheüs 26 vers 53) dan zou Hij (menselijk geredeneerd) ook de mensen redden die met Hem hetzelfde lot ondergingen.

Deze man dacht dus alleen aan het hier en nu.

Als wij in pijn zijn of zorgen en problemen hebben denken wij dan ook niet verder dan het hier en nu?

Stel dat jij bijvoorbeeld vreselijke pijnen zou lijden.

Zou jij het nadat de reguliere geneeskunde niets meer voor je kan doen je dan niet tot de alternatieve genezers wenden of erger nog naar een spiritist om maar van de pijn af te komen?

Denk jij dan ook niet verder dan het hier en nu van de pijn die je op dat ogenblik hebt?

Ligt het gevaar niet op de loer dat je op dat moment niet nadenkt over de gevolgen van deze alternatieve geneeswijzen of de occulte handelingen van de spiritist?

Maakt het dan niet voor je uit hoe je van de pijn afkomt, als het maar gebeurd?

De bijbel zegt dat de satan ook wonderen kan doen.

Stel dat jij de satan was, zou jij dan geen genezing van een kwaal aanbieden als die mens dan voor eeuwig voor God verloren zou gaan?

Deze veroordeelde boosdoener is daarom een levensgroot waarschuwingsbord voor ons leven.

Maar de andere, antwoordende, bestrafte hem, zeggende: Vreest gij ook God niet, daar gij in hetzelfde oordeel zijt?

Plotseling horen wij tussen de bespottingen van overpriesters, soldaten en het volk een ander geluid.

Dwars door het gejoel en de bespottingen roept de andere boosdoener zijn medeveroordeelde een bestraffing toe.

Het eerste wat Hij zegt is, Vreest gij ook God niet?

Deze man vreest God dus wel en verbaast zich dat er met God totaal geen rekening gehouden wordt.

Hij weet dat God te vrezen is en laat zien zelfs in deze vreselijke omstandigheden een heilig ontzag voor God te hebben.

Wat een verschil met de andere kwaaddoener en de spottende menigte!

Hierin zien wij een waarschuwing, niet alleen naar zijn medeveroordeelde of aan de spottende menigte maar zeker ook aan ons.

Vrezen wij God wel?

Hebben wij ontzag voor de allerhoogste in alle omstandigheden?

Het tweede dat Hij zegt is: daar gij in hetzelfde oordeel zijt?

Hij ziet over dit leven heen en weet uit de schriften dat ook Hij in het oordeel van God staat.

Hij weet dat in de schriften staat:  Want God zal ieder werk in het gericht brengen, met al wat verborgen is, hetzij goed, of hetzij kwaad.

En wij toch rechtvaardiglijk; want wij ontvangen straf, waardig hetgeen wij gedaan hebben; maar Deze heeft niets onbehoorlijks gedaan.

Hij erkent dat hij schuldig is en dat hij de straf heeft verdiend en hij denkt aan het rechtvaardig oordeel van God die hem binnen enkele uren boven het hoofd zal hangen en ziet Jezus hangen, weet blijkbaar wie Jezus is en ziet HEM onschuldig lijden.

Beseffen wij dat wij schuldig zijn tegenover God en dat ook wij rechtvaardig de eeuwige straf verdienen?

Beseffen wij ten diepste hoe erg Jezus moest lijden om de prijs voor onze zonden te kunnen betalen?  

En hij zeide tot Jezus: Heere, gedenk mijner, als Gij in Uw Koninkrijk zult gekomen zijn.

Hij weet dat Jezus naar zijn koninkrijk gaat.

Hij weet ook dat Hij daar niet zal komen en weet dat hij naar de hel zal gaan.

Deze man vraagt niet veel aan Jezus, geen redding van het kruis en geen redding van de hel.

Het enige wat hij vraagt is: gedenk mijner.

Wat vraagt Hij nu eigenlijk?

Hij vraagt een stukje erbarmen in de hoop dat Jezus in de hel zijn eeuwig lijden een beetje zou willen verlichten.

Hij weet dat hij het niet heeft verdiend en dat hij ergens op hoeft te hopen.

Weten wij dat ook?

Hoe nederig is dan dit verzoek van deze kwaaddoener.

Hoe zijn onze verzoeken in onze gebeden aan de almachtige?

Hebben wij niet vaak een eisend boodschappenlijstje in plaats van het smekende verzoek van deze kwaaddoener die vergaat van de pijn?

En Jezus zeide tot hem: Voorwaar, zeg Ik u: Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn.

Wat een wonder van genade!

Jezus laat hier een zeldzaam wonder gebeuren dat een zondaar dat op het laatste moment van zijn leven nog zalig kan worden.

Wel ligt hier een waarschuwing voor alle mensen die zich graag willen spiegelen aan deze kwaaddoener.

Van de miljoenen mensen die op dat moment op aarde leefden is er maar één geweest die door zijn schuldbekentenis aan Jezus op het laatste moment behouden is geworden.

Laat niemand denken dat de zaligheid op het laatste moment in het leven wel even verkregen kan worden.

Pijn en ellende kan eerder verharden dan nederig maken en jij weet niet of je dan nog de (genade)tijd krijgt om je schuld te belijden en vergeving te vragen!

Dat laat deze geschiedenis duidelijk zien, twee mensen (kwaaddoeners) in de zelfde omstandigheden, één gaat verloren en één wordt behouden.

Denk aan de moordenaar aan het kruis!

Deze kreet wordt vaak geroepen ten goede.

Denk dan ook aan die andere die niet heden met jezus in het paradijs zou zijn.

Dat zou jij ook kunnen zijn!

God oordeelt jou ook over het gene wat jij wist of had kunnen weten.

Laat dit een waarschuwing zijn zonder dat wij aan de genade van God hoeven twijfelen door het offer van Jezus.


donderdag 22 februari 2018

In den beginne? Naar 2 Petrus 3 vers 8

2 Petrus 3 vers 8 
Doch deze ene zaak zij u niet onbekend, geliefden, dat één dag bij den Heere is als duizend jaren, en duizend jaren als één dag.

In de hemel is geen tijd, maar alleen de eeuwigheid.

Toen God hemel en aarde schiep en beide tot hun aanschijn riep, deed Hij dat niet in de tijd maar schiep het in de eeuwigheid.

De Geest van God daalt op aarde neer, ja u hoort het goed mevrouw/meneer.
Ik spreek niet in verleden tijd maar spreek hier in de eeuwigheid.

Over 't water en de duisternis zweeft Gods Geest die eeuwig is ver buiten ons begrip van tijd, maar niet in de vergetelheid.

Dan roept Zijn eeuwige stem met macht en een ongekende kracht, daar zij licht, en door dat woord is de duisternis verstoord.

Er kwam eeuwig licht in de eeuwigheid dagen, die onze ogen niet zouden kunnen verdragen.
Het was immers geen licht niet van zon of maan want die kenden nog geen bestaan.

God brengt de scheiding aan die tussen licht en duisternis zal bestaan en geeft ze beide hun naam.
Ook geeft Hij hen de taak die zij eeuwig vervullen, om met hun wezen beurtelings de aarde te vullen.

Pas toen schiep God op de aarde de tijd als een eiland in de eeuwigheid.
De eerste avond viel toen in, de nacht kwam en de eerste dag was het begin.

Vanaf deze eerste dag begon de schepping van dampkring, land, zee, plant, boom, maan sterren en zon.

Vanaf Genesis één vers vijf zijn er ruim zesduizend jaar verstreken waarin de mensen wachten tot de grote dag aan zal breken.
De dag waarin ook een einde komt aan de geschapen tijd en iedereen weer leeft in eeuwigheid.

Dus broeders en zusters als de mensen een discussie aangaan over de leeftijd van de aarde, laat deze mensen dan in hun waarde.
Het is volgens onze tijdrekening niet te meten hoeveel tijd er tussen Genesis één vers één en vers vijf is verstreken.

En als men met u om jaren strijd, zeg dan, de aarde is van eeuwigheid.