zaterdag 2 januari 2021

Wat de Bijbel zegt over de schepping

De schepping, een wonderlijk verhaal dat door veel mensen (ook christenen) vaak gezien word als een verhaal dat figuurlijk of maar gedeeltelijk letterlijk genomen moet worden.
Ook breken de geleerden en theologen het hoofd over deze geschiedenis in Genesis 1.

Allereerst moeten wij ons realiseren dat God Mozes de opdracht heeft gegeven om deze geschiedenis op papier te zetten, duidelijk leesbaar voor iedereen die lezen kon (dit konden vrijwel alle joodse mannen).
Duidelijk zonder er ingewikkelde theorieën op na te houden of ingewikkelde uitleggen te geven.
Met andere woorden, zoals het er staat zo is het ook gebeurt.

Ik neem u mee door de schriften die aantonen dat velen van ons de woorden wel goed lazen maar er een eigen theologische draai aan gaven waardoor het wonder van de schepping schade heeft geleden.

Om onderscheid te maken tussen mijn toelichtingen en de schriften zijn de teksten vanuit de schriften cursief weergegeven. 

Genesis 1

1 In den beginne schiep God den hemel en de aarde.

Te eerste moeten wij ons bewust zijn dat in de scheppinggeschiedenis er drie woorden gebruikt worden die in onze vertalingen vaak door hetzelfde woord vertaald worden.
Zo Is het oorspronkelijke woord wat hier met "schiep" vertaald wordt בָּרָא die vertaald kan worden als: scheppen, creëren, Schepper, mest, neerhouwen, afsnijden, uitsnijden.
Dit woord komt tijdens de schepping alleen terug als er sprake is van het scheppen van levende zielen (wezens) van dieren en mensen.

Nu wij even stilstaan bij het eerste vers ziet u dat er een punt en geen komma staat, dit betekend dat wij niet in één adem vers twee moeten lezen maar stil moeten staan bij de schepping van Hemel en aarde.
In de schriften word duidelijk dat er drie hemelen zijn, Paulus schrijft in de tweede korintebrief hoofdstuk 12 vers 2;

2 Korintiërs 12

2 Ik ken een mens in Christus, voor veertien jaren (of het geschied zij in het lichaam, weet ik niet, of buiten het lichaam, weet ik niet, God weet het), dat de zodanige opgetrokken is geweest tot in den derden hemel; 3 En ik ken een zodanig mens (of het in het lichaam, of buiten het lichaam geschied zij, weet ik niet, God weet het), 4 Dat hij opgetrokken is geweest in het paradijs, en gehoord heeft onuitsprekelijke woorden, die het een mens niet geoorloofd is te spreken.

Om even een onderscheid te maken moeten wij weten welke hemel hier in eerste instantie bedoeld is.

Er zijn drie hemelen:
1. De eerste hemel is de dampkring en de wolken (over wiens schepping wij later lezen).
2. De tweede hemel is de kosmos waarin de zon maan en sterren staan (ook deze schepping staat verderop in Genesis te lezen).
3. De derde hemel, (zo blijkt uit de beschrijving van paulus en andere profeten) is de plaats waar God Zijn woning heeft en waar het paradijs zich volgens paulus zich nu bevindt.

De Hemel die in Genesis 1 vers 1 geschapen is, is dus de derde hemel waarin God Zijn woning heeft.

Zo gaan we door naar de aarde.
Aarde is een woord dat in het Hebreeuws אֶרֶץ is en dat vertaalt kan worden met: Aarde, land, grond, stof der aarde.
Aangezien er verschillende vertalingen voor het woord aarde gebruikt kunnen worden zullen wij net als bij de bovenstaande hemelen moeten kijken waar het hierbij om gaat.

De schepping van de aarde waarop wij lopen (de grond onder onze voeten) komen wij pas in vers 9 en 10 tegen.
Hieruit kunnen wij opmaken dat het hier over de schepping van onze planeet gaat. 
PS; nergens in de Bijbel (hoewel dit door tegenstanders vaak gezegd word) staat dat de aarde plat is. 

Dan is er vaak nog een discussie over het feit dat deze schepping wel of niet in de eerste dag heeft plaatsgevonden.
Vele theologen hebben er pagina's aan gewijd om met vele theorieën Genesis 1:1 tot en met Genesis 1:4 in de eerste dag te betrekken.
Maar in Genesis 1 vers 4 en 5 lezen wij duidelijk dat God hier de (aardse) tijd schept en insteld.


4 En God zag het licht, dat het goed was; en God maakte scheiding tussen het licht en tussen de duisternis. 
5 En God noemde het licht dag, en de duisternis noemde Hij nacht. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de eerste dag.

De tijd zoals wij die kennen is geschapen en begonnen in Genesis 1 vers 5.
Het begon toen God het ritme schiep tussen licht en duisternis bij het invallen van de eerste duisternis, de eerste avond dus.
Hieruit kunnen wij lezen dat de gebeurtenissen vanaf Genesis 1 vers 1 tot en met vers 5 buiten de geschapen aardse tijdsrekening hebben plaatsgevonden.
Petrus zegt hierover: 

2 Petrus 3

8 Maar laat vooral dit u niet ontgaan, geliefden, dat één dag bij de Heere is als duizend jaar en duizend jaar als één dag.

Petrus spreekt hier duidelijk uit dat er in Gods hemel geen tijd bestaat maar dat God leeft in de eeuwigheid.
Tijd is dus alleen iets wat op aarde bestaat.

Nu gaan we kijken naar vers twee.
Hierbij kijken wij ook naar stukken in de Bijbel waaruit blijkt dat de kennis van de schepping van hemel en aarde van de mensen uit het oude en het nieuwe testament groter was dan de kennis waarover we nu beschikken.
  

Genesis 1:2
 2 De aarde nu was woest en ledig, en duisternis was op den afgrond; en de Geest Gods zweefde op de wateren.

De woorden “nu was” is in het Hebreeuws הָיָה
De mogelijke vertalingen van dit woord zijn:
zijn, worden, gebeuren, geschieden, bestaan, uitvallen, vergezellen, plaatsvinden, rijzen, verschijn.

Dit Hebreeuwse woord הָיָה word in de bijbel verschillend vertaald maar het slaat altijd op een gebeurtenis die of op dat moment gebeurd of nog te gebeuren staat.
In de verleden tijd word dit woord nooit gebruikt.
Dit betekend dat het “woest en ledig” zijn van de aarde op een moment gebeurd is na de schepping van hemel en aarde.

Het is tegen de natuur van de schepper dat de aarde woest en ledig in duisternis gehuld geschapen is omdat de schepper zelf het licht is.
Als wij God goed kennen weten wij dat als God iets creëert, God het in één keer goed en volmaakt maakt.
Dit onderstreept Jesaja als hij zegt:

Jesaja 45

18 Want alzo zegt de HEERE, Die de hemelen geschapen heeft, Die God, Die de aarde geformeerd, en Die ze gemaakt heeft; Hij heeft ze bevestigd, Hij heeft ze niet geschapen, dat zij ledig zijn zou, maar heeft ze geformeerd, opdat men daarin wonen zou: Ik ben de HEERE, en niemand meer.


Waarom was/werd de aarde nu woest en ledig?
Daarvoor moet je diep in de Bijbel spitten wil je iets van de “wereld die toen was” Genesis 1 vers 1 te weten komen.

2 Petrus 3 ver 4 t/m 7.

En zeggen: Waar is de belofte Zijner toekomst? Want van dien dag, dat de vaders ontslapen zijn, blijven alle dingen alzo gelijk van het begin der schepping. 
Want willens is dit hun onbekend, dat door het woord Gods de hemelen van over lang geweest zijn, en de aarde uit het water en in het water bestaande;
Door welke de wereld, die toen was, met het water van den zondvloed bedekt zijnde, vergaan is.
Maar de hemelen, die nu zijn, en de aarde, zijn door hetzelfde woord als een schat weggelegd, en worden ten vure bewaard tegen den dag des oordeels, en der verderving der goddeloze mensen.

Let wel op dat deze uitspraak niet verward moet worden met de tekst uit 2 Petrus 2 vers 5:
En de oude wereld niet heeft gespaard, maar Noach, den prediker der gerechtigheid, zijn achttal bewaard heeft, als Hij den zondvloed over de wereld der goddelozen heeft gebracht;

Petrus herhaald hier niet hetgeen wat hij eerder heeft gezegd maar heeft het in 2 Petrus 3 over een andere gebeurtenis met de aarde.
Hij verhaalt hier een gebeurtenis waarvan hij zegt dat het de (vaders) mensen onbekend was.
De geschiedenis van Noach en de zondvoed was zowel bij de Joden alsook bij alle andere volkeren meer dan bekend.

Deze gebeurtenis die hij nu openbaard verhaald van het vergaan van de hemel en de aarde door middel van het water.
Hier wordt gesproken over het vergaan van de dampkring, de sterrenhemel en de droge aarde (de grond).
Wij weten allemaal dat deze dingen niet in Noachs tijd vergaan zijn.

Je zult je afvragen wat er gebeurd moet zijn na de schepping met de aarde dat hij woest en ledig werd.

Hiervoor zul je moeten kijken wat er over de satan en zijn val word gezegd.

Jesaja 14 vers 12 t/m 17;

Hoe zijt gij uit den hemel gevallen, o morgenster, gij zoon des dageraads! hoe zijt gij ter aarde nedergehouwen, gij, die de heidenen krenktet!
En zeidet in uw hart: Ik zal ten hemel opklimmen, ik zal mijn troon boven de sterren Gods verhogen; en ik zal mij zetten op den berg der samenkomst aan de zijden van het noorden.
Ik zal boven de hoogten der wolken klimmen, ik zal den Allerhoogste gelijk worden.
Ja, in de hel zult gij nedergestoten worden, aan de zijden van den kuil!
Die u zien zullen, zullen u aanschouwen, zij zullen op u letten, en zeggen: Is dat die man, die de aarde beroerde, die de koninkrijken deed beven?
Die de wereld als een woestijn stelde, en derzelver steden verstoorde, die zijn gevangenen niet liet los gaan naar huis toe?

En in Ezechiël 28: vers 11 t/m 19 staat;

Wijders geschiedde des Heeren woord tot mij, zeggende:
Mensenkind! hef een klaaglied op over den koning van Tyrus, en zeg tot hem: Zo zegt de Heere Heere: Gij verzegelaar der som, vol van wijsheid en volmaakt in schoonheid!
Gij waart in Eden, Gods hof; alle kostelijk gesteente was uw deksel, sardisstenen, topazen en diamanten, turkooizen, sardonixstenen en jaspisstenen, saffieren, robijnen, en smaragden, en goud; het werk uwer trommelen en uwer pijpen was bij u; ten dage als gij geschapen werdt, waren zij bereid.
Gij waart een gezalfde, overdekkende cherub; en Ik had u alzo gezet; gij waart op Gods heiligen berg; gij wandeldet in het midden der vurige stenen.
Gij waart volkomen in uw wegen, van den dag af, dat gij geschapen zijt, totdat er ongerechtigheid in u gevonden is.
Door de veelheid uws koophandels hebben zij het midden van u met geweld vervuld, en gij hebt gezondigd; daarom zal Ik u ontheiligen van Gods berg, en zal u, gij overdekkende cherub! verdoen uit het midden der vurige stenen!
Uw hart verheft zich over uw schoonheid; gij hebt uw wijsheid bedorven, vanwege uw glans; Ik heb u op de aarde henengeworpen, Ik heb u voor het aangezicht der koningen gesteld, om op u te zien.
Vanwege de veelheid uwer ongerechtigheden, door het onrecht uws koophandels, hebt gij uw heiligdommen ontheiligd; daarom heb Ik een vuur uit het midden van u doen voortkomen, dat u heeft verteerd, en Ik heb u gemaakt tot as op de aarde, voor de ogen van al degenen, die u zien.
Allen, die u kennen onder de volken, zijn over u ontzet; gij zijt een grote schrik geworden, en zult er niet meer zijn tot in eeuwigheid.

Het gaat hier om de “morgenster” ook wel bekent als satan of duivel.
u zoals we het hier lezen de overdekkende cherub (de opperste engel die het gezag over de aarde had) van de aarde geweest die zo mooi was dat het Eden (Gods hof) genoemd werd.
Hij was op Gods heiligen berg en wandelde tussen de vurige stenen.
Dus wij zien hier in fragmenten het verhaal van de "voorwereld" waar de aarde paradijselijk was en die geregeerd werd door een engel die zetelde op Gods berg tussen vurige stenen.

Zijn ontrouw en val heeft een reactie van God opgeroepen en Hij heeft een vuur uit het midden (van de aarde) doen opkomen en heeft de wereld, die toen was, met het water van den zondvloed (niet die uit de dagen van Noach, want daar bleven zeeën, dampkring en bomen bewaard) bedekt.
Deze straf van God (het vuur en het water) is zo heftig geweest dat na wat later blijkt de dampkring en sterrehemel totaal verdwenen was.

Dat wij in of na ons scheppingsverhaal nooit van deze berg gehoord hebben maakt ons duidelijk dat onze schepping pas heeft plaatsgevonden nadat de aarde woest en ledig is geworden.

(Toch zien wij hier weer dat de oude volkeren meer kennis over de oude wereld hadden dan wij in onze tijd, hoewel de verhalen een eigen leven zijn gaan leiden.
De Grieken spraken ook over een berg van de goden)

Hierin zien wij weer Gods natuur te voorschijn komen die nooit laat varen hetgeen wat Zijn hand begon en net als in de tijd van Noach een nieuw begin gemaakt.

Daarom spreekt Petrus;
Maar de hemelen, die nu zijn, en de aarde, zijn door hetzelfde woord als een schat weggelegd, en worden ten vure bewaard tegen den dag des oordeels, en der verderving der goddeloze mensen.

Er zijn genoeg vragen die deze fragmenten uit de Bijbel niet beantwoorden.
Wij noemen er een paar.

1. Hoelang heeft dit geduurd?
Dat is niet in onze tijdsrekening te meten, dus we weten dat niet.

2. waren er mensen zoals wij die kennen in deze "voorwereld"?
Dat weten wij niet zeker, Jesaja heeft het wel over steden maar niet over het type inwoners.

3. Waren er dinosaurussen op de aarde?
Grote kans van wel, maar daar staat niets van in de schriften.
Wij weten wel dat er in het oude testament en apocriefe boeken (binnen onze schepping) wel gesproken word over dieren die wij nu niet meer kennen. 


Richten wij ons nu op vers 3.

3 En God zeide: Daar zij licht! en daar werd licht.

Dit blijkt een hemels (goddelijk) licht geweest te zijn aangezien er nog geen zon, maan of sterren waren die hun licht op aarde konden laten schijnen.
Als wij nu weer op het Hebreeuwse woord הָיָה letten met de mogelijke vertalingen:
zijn, worden, gebeuren, geschieden, bestaan, uitvallen, vergezellen, plaatsvinden, rijzen of verschijn letten zien wij dat het dit licht in zijn bestaan werd geroepen.
Aangezien hier het woord  בָּרָא (uit Genesis 1 vers 1) niet gebruikt wordt geeft aan dat hier niet iets geschapen wordt dat tot dan toe nog niet bestaan heeft, maar dat iets dat bestaat wordt opgeroepen om een functie te vervullen.

Toen God het licht van de zon, maan en sterren over de aarde liet schijnen is dit licht (zonder lichtbron) niet meer gezien.
Een bekende theoloog filosofeerde dat God op dat moment  de lichtgolven geschapen had.
Enig bewijs uit de schriften kon hij helaas niet geven.    


Door naar Genesis 1 vers 4.

 4 En God zag het licht, dat het goed was; en God maakte scheiding tussen het licht en tussen de duisternis.

Hier gaat God een scheiding maken die daarvoor niet geweest is.
Of er voor deze periode het licht en de duistenis er gezamelijk konden zijn is Bijbels gezien niet te zeggen, maar deze scheiding zorgde ervoor dat het of licht of duister zou zijn, zoals we verder kunnen lezen  

Door naar Genesis 1 vers 5.

5 En God noemde het licht dag, en de duisternis noemde Hij nacht. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de eerste dag.

Toen er scheiding gemaakt was tussen licht en duisternis schiep God de dagen en nachten, de aardse tijdrekening die wij nu nog kennen.
Deze tijdrekening begon met het vallen van de eerste avond, gevolgd door de eerste nacht waarna de eerste dag aanbrak.
Let wel: het was nog geen licht die door zon, maan of sterren gegeven werd.

Door naar Genesis 1 vers 6, 7 en 8.

6 En God zeide: Daar zij een uitspansel in het midden der wateren; en dat make scheiding tussen wateren en wateren! 
7 En God maakte dat uitspansel, en maakte scheiding tussen de wateren, die onder het uitspansel zijn, en tussen de wateren, die boven het uitspansel zijn. En het was alzo. 
8 En God noemde het uitspansel hemel. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de tweede dag.

Hier scheid God de wateren.
De wateren die op de aarde liggen worden gescheiden van de wateren die boven de aarde liggen (de wolken).
Daartussen ligt het uitspansel (de lucht of de dampkring).
Deze schepping noemt God hemel die zoals ik in het begin al noemde de eerste hemel is die tot deze gebeurtenis nog niet bestond.
Na het scheppen van deze hemel valt opnieuw de duisternis in en maakt een einde aan de eerste dag.

We gaan door naar vers 9 en 10.

9 En God zeide: Dat de wateren van onder den hemel in een plaats vergaderd worden, en dat het droge gezien worde! En het was alzo. 
10 En God noemde het droge aarde, en de vergadering der wateren noemde Hij zeeën; en God zag, dat het goed was.

In vers 9 maakt God geen scheiding tussen aarde en water maar zegt dat het water (dat Zijn stem ook gehoorzamen moet)  zich te verzamelen en niet alle ruimte op de aarde meer te bedekken.

In vers 10 noemt God het droge aarde.
Je kunt hier spreken over de schepping van de aarde zoals wij die nu kennen.
In dit geval moeten wij het Hebreeuwse woord הָיָה vertalen met rijzen/verschijnen.
Dit is ook de aarde waarin God in de volgende versen Zijn wereld voor planten, dieren en mensen gaat scheppen.

Vers 11 t/m 13.

 11 En God zeide: Dat de aarde uitschiete grasscheutjes, kruid zaadzaaiende, vruchtbaar geboomte, dragende vrucht naar zijn aard, welks zaad daarin zij op de aarde! En het was alzo. 
12 En de aarde bracht voort grasscheutjes, kruid zaadzaaiende naar zijn aard, en vruchtdragend geboomte, welks zaad daarin was, naar zijn aard. En God zag, dat het goed was. 
13 Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de derde dag. 

Hier is God bezig de aarde te vervullen met bomen, planten en grasvelden, die nog steeds verlicht worden door het hemelse licht.

Vers 14 t/m 19.

14 En God zeide: Dat er lichten zijn in het uitspansel des hemels, om scheiding te maken tussen den dag en tussen den nacht; en dat zij zijn tot tekenen en tot gezette tijden, en tot dagen en jaren! 
15 En dat zij zijn tot lichten in het uitspansel des hemels, om licht te geven op de aarde! En het was alzo. 
16 God dan maakte die twee grote lichten; dat grote licht tot heerschappij des daags, en dat kleine licht tot heerschappij des nachts; ook de sterren. 
17 En God stelde ze in het uitspansel des hemels, om licht te geven op de aarde. 
18 En om te heersen op den dag, en in den nacht, en om scheiding te maken tussen het licht en tussen de duisternis. En God zag, dat het goed was. 
19 Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de vierde dag. 

Hier maakt God het uitspansel des hemels (de tweede hemel door ons de kosmos of de ruimte genoemd) en Hij maakt daar lichten in.
Het woord wat hier gebruikt wordt is עָשָׂה wat vertaald kan worden door:  doen, maken, fabriceren.
Wederom wordt hier het woord בָּרָא (uit Genesis 1 vers 1) niet gebruikt wat aangeeft dat de lichten worden samengesteld uit onderdelen vanuit de eerste schepping.

De zon om overdag te heersen en zijn licht in de wereld (de eerste hemel) te laten schijnen.
De maan en sterren om snachts op te lichten en tot teken te zijn van de seizoenen (dat je aan de stand van de maan en sterren kunt aflezen welk seizoen het is).
Van het hemelse licht dat tot deze gebeurtenis heeft geschenen hebben wij daarna in de Bijbel niets meer vernomen.  

Vers 20 t/m 23.

20 En God zeide: Dat de wateren overvloediglijk voortbrengen een gewemel van levende zielen; en het gevogelte vliege boven de aarde, in het uitspansel des hemels! 
21 En God schiep de grote walvissen, en alle levende wremelende ziel, welke de wateren overvloediglijk voortbrachten, naar haar aard; en alle gevleugeld gevogelte naar zijn aard. En God zag, dat het goed was. 
22 En God zegende ze, zeggende: Zijt vruchtbaar, en vermenigvuldigt, en vervult de wateren in de zeeën; en het gevogelte vermenigvuldige op de aarde! 
23 Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de vijfde dag. 

God schept in deze verzen de eerste levende zielen in de zee en in de lucht.
Dieren met zielen maar zonder geest die een mens wel heeft.

Vers 24 t/m 31 

24 En God zeide: De aarde brenge levende zielen voort, naar haar aard, vee, en kruipend, en wild gedierte der aarde, naar zijn aard! En het was alzo. 25 En God maakte het wild gedierte der aarde naar zijn aard, en het vee naar zijn aard, en al het kruipend gedierte des aardbodems naar zijn aard. En God zag, dat het goed was. 26 En God zeide: Laat Ons mensen maken, naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en dat zij heerschappij hebben over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over het vee, en over de gehele aarde, en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt. 27 En God schiep den mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij ze. 28 En God zegende hen, en God zeide tot hen: Weest vruchtbaar, en vermenigvuldigt, en vervult de aarde, en onderwerpt haar, en hebt heerschappij over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over al het gedierte, dat op de aarde kruipt! 29 En God zeide: Ziet, Ik heb ulieden al het zaadzaaiende kruid gegeven, dat op de ganse aarde is, en alle geboomte, in hetwelk zaadzaaiende boomvrucht is; het zij u tot spijze! 30 Maar aan al het gedierte der aarde, en aan al het gevogelte des hemels, en aan al het kruipende gedierte op de aarde, waarin een levende ziel is, heb Ik al het groene kruid tot spijze gegeven. En het was alzo. 31 En God zag al wat Hij gemaakt had, en ziet, het was zeer goed. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de zesde dag.


Genesis 2

1 Alzo zijn volbracht de hemel en de aarde, en al hun heir. 2 Als nu God op den zevenden dag volbracht had Zijn werk, dat Hij gemaakt had, heeft Hij gerust op den zevenden dag van al Zijn werk, dat Hij gemaakt had. 3 En God heeft den zevenden dag gezegend, en dien geheiligd; omdat Hij op denzelven gerust heeft van al Zijn werk, hetwelk God geschapen had, om te volmaken. 4 Dit zijn de geboorten des hemels en der aarde, als zij geschapen werden; ten dage als de HEERE God de aarde en den hemel maakte. 5 En allen struik des velds, eer hij in de aarde was, en al het kruid des velds, eer het uitsproot; want de HEERE God had niet doen regenen op de aarde, en er was geen mens geweest, om den aardbodem te bouwen.

Wat moeten wij nu concluderen als wij Exodus 20 lezen?

11 Want in zes dagen heeft de HEERE den hemel en de aarde gemaakt, de zee en al wat daarin is, en Hij rustte ten zevenden dage; daarom zegende de HEERE den sabbatdag, en heiligde denzelven.

Heeft God de hemel en aarde in zes dagen gemaakt?
Ja, God heeft de hemel (de dampkring waarin wij leven) gemaakt, de aarde (de grond onder onze voeten waarop wij leven) en de zee (waarin de waterdieren leven).
Let op dat de tekst en al wat daarin is niet alleen betrekking heeft op de zee maar ook op de genoemde hemel en aarde.

Naschrift:
Iemand maakte ooit de opmerking dat de resten van Dinosaurussen, planten, dieren en bomen die we in de aarde vinden het gevolg is dat iemand de boel niet goed had opgeruimd.
Hij was het met mijn mening eens dat dit geen kwestie is van "de bloel niet goed opruimen" maar dat deze resten opzettelijk door ons gevonden konden worden als een waarschuwing wat er met een wereld kan gebeuren die tegen God in opstand komt.

dinsdag 14 augustus 2018

Vaderleed

Er zijn Vaders die onverwacht een kind hebben verloren.
Soms door plotselinge ziekte, ongeval, of het is doodgeboren.
Na een periode van intens verdriet waarin hij weet dat hij zijn kind nooit meer ziet.
Ziet de Vader machteloos en ontdaan, de wereld rustig verder gaan.
Wezenloos zit hij in de kerk, lusteloos gaat hij naar zijn werk.
Maar als het leven verder lijkt te gaan grijpt een duistere macht hem aan.
Hij had zo graag willen vechten, strijden, om zijn kind van de dood te bevrijden.
Dan grijpt vaak uit het niets vandaan, hem een enorme woede aan.
Zijn bloed kookt, zijn spieren trillen, en 't liefst zou hij willen gillen.
Brullen, schreeuwen, er op slaan, voor 't verdriet hem aangedaan.
Soms gebeurt dit op zijn werk, soms gebeurt dit in de kerk.
Tijdens het autorijden en het eten, en hij voelt zich dan vergeten.
Zijn ziel voelt zich als een dier in een kooi, zonder stro en zonder hooi.
Zijn beulen staan in het duister eromheen, en prikken door de tralies heen.
Hij brult het uit van frustratie en van pijn, maar hij kan niet zien wie zijn beulen zijn.
Hij wil doden en verscheuren, een gevoel wat hij weldra zal betreuren.
Als de woede hem verlaat, staat hij soms eenzaam op de straat.
En alles wat dan overschiet is dan matheid en verdriet.
Ziet u zo'n Vader ooit eens staan, denk er dan ook eens aan.
Wees er voor hem, al is 't héél even.
Want weet ondanks zijn verlies blijft hij Vader, zijn hele leven.

zondag 5 augustus 2018

Wat de Bijbel zegt over seksualiteit.

Wij christenen worden de laatste jaren gedwongen om de wereldse opvattingen over seksualiteit over te nemen.
Verplichte "lessen" op scholen waarin niet alleen meer voorlichting wordt gegeven over seksualiteit maar waar tegenwoordig ook "voorlichting" wordt gegeven hoe men met voorbehoedsmiddelen dient om te gaan.
Dat alleen al is lijnrecht tegen de weg die God de mensen gewezen heeft en daarbij ook lijnrecht tegen de levensovertuiging van de christenen.
Om het nog erger te maken komen er mensen onder de lobby van het COC onze jeugd "voorlichten" dat zij de tegennatuurlijke seksuele handelingen die zij praktiseren normaal moeten gaan vinden.
Dat onder de noemer "liefde = liefde".

De media staat ook bol van deze "overtuiging".
Op TV is het "normaal" dat anders geaarde mensen vrij uitvoering aan het woord komen en de jaarlijkse Canal Parade in Amsterdam dwingt de meerderheid van de bevolking deze praktijken "normaal" te gaan vinden.

Met "liefde = liefde" bedoeld men eindelijk sex = liefde en liefde = sex.
De term liefde wordt hiermee misbruikt door de mensen die hun afwijkende seksuele voorkeur willen rechtvaardigen.
Zo word in de pornowereld het woord liefde misbruikt, ook de ontrouw in het huwelijk of relatie laat men schuil gaan achter het woord liefde (second love).
Pedofielen misbruiken het woord liefde en zelfs mensen die een voorkeur hebben voor seksuele handelingen met bomen (dendrofielen) en mensen die een voorkeur hebben voor seksuele handelingen met dieren (zoöfielen) misbruiken het woord liefde om hun seksuele handelingen (bestialiteit) te rechtvaardigen.

Stuiten deze dingen iemand (gelovig of ongelovig) tegen de borst en laat deze persoon zijn of haar afkeer in het openbaar (met name op de sociale media) weten, dan is Nederland te klein.
Dan wordt deze persoon weggezet als homofoob, iemand die discrimineert, godsdienstwaanzinnige, onverdraagzame, iemand die 100 jaar achterloopt en nog veel meer onvriendelijke benamingen.

Tot zover de verdraagzaamheid vanaf de andere kant.

Met deze zaken in het achterhoofd gaan wij kijken naar:
1. Het onderscheid tussen liefde en seksualiteit.
2. Hoe God de schepper het bedoeld heeft.
3. Wat God er in Zijn woord over gezegd heeft.
4. Wat de gevolgen van ongehoorzaamheid zijn.

1. Het onderscheid tussen liefde en seksualiteit.
Het lijkt moeilijk om hier een scheiding in aan te geven omdat de twee zaken elkaar lijken te overlappen.
Toch kun je liefde en seksualiteit los van elkaar aantonen.

Wat liefde is staat alsvolgt beschreven:

De liefde is lankmoedig, zij is goedertieren; de liefde is niet afgunstig; de liefde handelt niet lichtvaardiglijk, zij is niet opgeblazen;
Zij handelt niet ongeschiktelijk, zij zoekt zichzelve niet, zij wordt niet verbitterd, zij denkt geen kwaad;
Zij verblijdt zich niet in de ongerechtigheid, maar zij verblijdt zich in de waarheid;
Zij bedekt alle dingen, zij gelooft alle dingen, zij hoopt alle dingen, zij verdraagt alle dingen.
De liefde vergaat nimmermeer; maar hetzij profetieën, zij zullen te niet gedaan worden; hetzij talen, zij zullen ophouden; hetzij kennis, zij zal te niet gedaan worden.

Ja zult u denken, dat zal wel zo wezen maar hoe zit het met de liefde tussen mensen?

Er zijn verschillende vormen van liefde, zo zijn er bijvoorbeeld de liefde tussen moeder en kind, vader en kind, liefde voor een koning of leider of de liefde vanuit een hechte vriendschap zoals David met Jonathan had.

David benoemd dit als hij schrijft:

Ik ben benauwd om uwentwil, mijn broeder Jónathan! Gij waart mij zeer liefelijk; uw liefde was mij wonderlijker dan liefde der vrouwen.

Allemaal vormen van liefde die niets met seksualiteit te maken hebben, maar wel juist die vormen van liefde die God de mens geboden heeft.

Seksualiteit kan een vorm zijn om de liefde te beleven maar omdat je ook seksualiteit kunt beleven zonder dat er van liefde sprake is staan deze twee zaken toch los van elkaar.

2. Hoe God de schepper het bedoeld heeft.

Hierbij gaan we eerst kijken wat er geschreven staat:

En God schiep den mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij ze.

Ook had de HEERE God gesproken: Het is niet goed, dat de mens alleen zij; Ik zal hem een hulpe maken, die als tegen hem over zij.
Want als de HEERE God uit de aarde al het gedierte des velds, en al het gevogelte des hemels gemaakt had, zo bracht Hij die tot Adam, om te zien, hoe hij ze noemen zou; en zo als Adam alle levende ziel noemen zoude, dat zou haar naam zijn.
Zo had Adam genoemd de namen van al het vee, en van het gevogelte des hemels, en van al het gedierte des velds; maar voor den mens vond hij geen hulpe, die als tegen hem over ware.
Toen deed de HEERE God een diepen slaap op Adam vallen, en hij sliep; en Hij nam een van zijn ribben, en sloot derzelver plaats toe met vlees.
En de HEERE God bouwde de ribbe, die Hij van Adam genomen had, tot een vrouw, en Hij bracht haar tot Adam.

En God zegende hen, en God zeide tot hen: Weest vruchtbaar, en vermenigvuldigt, en vervult de aarde, en onderwerpt haar, en hebt heerschappij over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over al het gedierte, dat op de aarde kruipt!

Toen zeide Adam: Deze is ditmaal been van mijn benen, en vlees van mijn vlees! Men zal haar Manninne heten, omdat zij uit den man genomen is.
Daarom zal de man zijn vader en zijn moeder verlaten, en zijn vrouw aankleven; en zij zullen tot één vlees zijn.

Let op wat hier gebeurt is.
Ten eerste schiep God de man, de man was alleen terwijl de dieren ieder een partner hadden (mannetje en vrouwtje).
Deze dieren kregen de opdracht om zich te vermenigvuldigen en de aarde te vullen.
De mens (Adam) kon dit echter niet zonder "hulpe die als tegen hem over zij".
Om de taken en opdrachten van God te vervullen besloot God om de vrouw te scheppen.

In de strafrede die God uitsprak tegen de engelen die hun post verlaten hadden en zich vergrepen hadden aan de vrouwen van de mensen zei God:

Daarom heb ik hen (de mensen) ook vrouwen gegeven zodat zij die zwanger konden maken, en kinderen van hen konden krijgen, opdat het hun aldus aan niets op aarde zou ontbreken.

Het valt hier op dat Adam de bedoeling van het krijgen van zijn vrouw goed begrepen had als hij zei:
Daarom zal de man zijn vader en zijn moeder verlaten, en zijn vrouw aankleven; en zij zullen tot één vlees zijn.

Let op het woord aankleven (in de grondtekst דָּבַק ).
Dit woord betekent aankleven, houden, houden zich - bij, inhalen, kleven, aanhangen, zich aansluiten.

In heel de scheppingsgeschiedenis komt het woord liefde niet voor, Adam heeft het dan ook niet over het liefhebben of over het houden van zijn vrouw maar over het BIJ zich houden van zijn vrouw en de opdracht om tot één vlees te zijn.
Het tot één vlees zijn betekent een seksuele relatie hebben met het doel om kinderen te kunnen krijgen.

Hoe zit het dan met de liefde zult u zich afvragen?
De liefde was voor de zondeval alom vertegenwoordigd en zo vanzelfsprekend dat een opdracht tot een aparte liefde tussen man en vrouw niet nodig was.

De oorsprong van de liefde was de liefde van God tot de totale schepping.
Deze liefde vloeide over de aarde waar de mensen en dieren God kenden aan de wind des daags.
De liefde vloeide van God naar de aarde, de bomen en planten, de dieren en de mensen die deze liefde tot God en elkaar beleefden.
Als God door de hof van Eden wandelde vloeide de liefde tussen de schepping en alle schepselen weer terug naar God.

Zoals gezegd zijn seksualiteit en liefde twee verschillende dingen.

Zegt de Bijbel dan niets over de aparte liefde tussen man en vrouw?
Jazeker maar pas na de zondeval.
De eerste keer dat deze liefde in de Bijbel voorkomt gaat het over de liefde tussen Izak en Rebekka.
Zo staat er geschreven:

En Izak bracht haar in de tent van zijn moeder Sara; en hij nam Rebekka, en zij werd hem ter vrouw, en hij had haar lief. Alzo werd Izak getroost na zijner moeders dood

3. Wat God er in Zijn woord over gezegd heeft.

Nadat God het gebod van de seksuele relatie aan de mensen gegeven begonnen de mensen Gods scheppingsorde te overtreden.
Zoals ieder gebod als tegenhanger een verbod heeft, heeft God aan Zijn volk die een volk van priesters voor de wereld moeten zijn verteld welke seksuele handelingen verboden zijn.

Zo staat er geschreven:

Mijn rechten zult gij doen, en Mijn inzettingen zult gij houden, om in die te wandelen; Ik ben de HEERE, uw God!
Ja, Mijn inzettingen en Mijn rechten zult gij houden; welk mens dezelve zal doen, die zal door dezelve leven; Ik ben de HEERE!
Niemand zal tot enige nabestaande zijns vleses naderen, om de schaamte te ontdekken; Ik ben de HEERE!
Gij zult de schaamte uws vaders en de schaamte uwer moeder niet ontdekken; zij is uw moeder; gij zult haar schaamte niet ontdekken.
Gij zult de schaamte der huisvrouw uws vaders niet ontdekken; het is de schaamte uws vaders.
De schaamte uwer zuster, der dochter uws vaders, of der dochter uwer moeder, te huis geboren of buiten geboren, haar schaamte zult gij niet ontdekken.
De schaamte der dochter uws zoons, of der dochter uwer dochter, haar schaamte zult gij niet ontdekken; want zij zijn uw schaamte.
De schaamte van de dochter der huisvrouw uws vaders, die uw vader geboren is (zij is uw zuster), haar schaamte zult gij niet ontdekken.
Gij zult de schaamte van de zuster uws vaders niet ontdekken; zij is uws vaders nabestaande.
Gij zult de schaamte van de zuster uwer moeder niet ontdekken; want zij is uwer moeder nabestaande.
Gij zult de schaamte van den broeder uws vaders niet ontdekken; tot zijn huisvrouw zult gij niet naderen; zij is uw moei.
Gij zult de schaamte uwer schoondochter niet ontdekken; zij is uws zoons huisvrouw; gij zult haar schaamte niet ontdekken.
Gij zult de schaamte der huisvrouw uws broeders niet ontdekken; het is de schaamte uws broeders.
Gij zult de schaamte ener vrouw en harer dochter niet ontdekken; de dochter haars zoons, noch de dochter van haar dochter zult gij nemen, om haar schaamte te ontdekken; zij zijn nabestaanden; het is een schandelijke daad.
Gij zult ook geen vrouw tot haar zuster nemen, om haar te benauwen, mits haar schaamte nevens haar, in haar leven, te ontdekken.
Ook zult gij tot de vrouw in de afzondering van haar onreinigheid niet naderen, om haar schaamte te ontdekken.
En gij zult niet liggen bij uws naasten huisvrouw ter bezading, om met haar onrein te worden.
En van uw zaad zult gij niet geven, om voor den Molech door het vuur te doen gaan; en den Naam uws Gods zult gij niet ontheiligen; Ik ben de HEERE!
Bij een manspersoon zult gij niet liggen met vrouwelijke bijligging; dit is een gruwel.
Insgelijks zult gij bij geen beest liggen, om daarmede onrein te worden; een vrouw zal ook niet staan voor een beest, om daarmede te doen te hebben; het is een gruwelijke vermenging.
Verontreinigt u niet met enige van deze; want de heidenen, die Ik van uw aangezicht uitwerpe, zijn met alle deze verontreinigd.

Het staat er voor sommigen van u misschien in een wat moeilijke taal, maar kort samengevat staat er:

Het is verboden sex te hebben met:
- Een familielid
- Je vader
- Je moeder of je stiefmoeder
- Je zus of stiefzus
- Je kleinkinderen
- Je tante of oom (ook de aangetrouwde ooms en tantes)
- Je stiefdochter of de kinderen van je stiefdochter.
- De zus van je vrouw
- Een vrouw die ongesteld is
- De vrouw of man van een ander
- Iemand van hetzelfde geslacht.
- Meerdere personen tegelijk (mannen en of vrouwen)
- Dieren
- Iemand die je voor seksuele diensten betaalt (hoer of schandknaap)
- Iemand waar je niet mee getrouwd bent

Op andere plaatsen staat geschreven:

Daarom heeft God hen ook overgegeven in de begeerlijkheden hunner harten tot onreinigheid, om hun lichamen onder elkander te onteren;

Daarom heeft God hen overgegeven tot oneerlijke bewegingen; want ook hun vrouwen hebben het natuurlijk gebruik veranderd in het gebruik tegen nature;
En insgelijks ook de mannen, nalatende het natuurlijk gebruik der vrouw, zijn verhit geworden in hun lust tegen elkander, mannen met mannen schandelijkheid bedrijvende, en de vergelding van hun dwaling, die daartoe behoorde, in zichzelven ontvangende.

Het huwelijk is eerlijk onder allen, en het bed onbevlekt; maar hoereerders en overspelers zal God oordelen.

Maar om der hoererijen wil zal een iegelijk man zijn eigen vrouw hebben, en een iegelijke vrouw zal haar eigen man hebben.
De man zal aan de vrouw de schuldige goedwilligheid betalen; en desgelijks ook de vrouw aan den man.
De vrouw heeft de macht niet over haar eigen lichaam, maar de man; en desgelijks ook de man heeft de macht niet over zijn eigen lichaam, maar de vrouw.
Onttrekt u elkander niet, tenzij dan met beider toestemming voor een tijd, opdat gij u tot vasten en bidden moogt verledigen; en komt wederom bijeen, opdat u de satan niet verzoeke, omdat gij u niet kunt onthouden.
Doch dit zeg ik uit toelating, niet uit bevel.

Kortom:
- God heeft de mens geschapen als man en vrouw.
- God heeft de man en vrouw zelf samengebracht en gezegend (dat is in de echt verbonden).
- God heeft de mens opdracht (gebod) gegeven om binnen het huwelijk (tussen man en vrouw) een seksuele relatie tussen die man en die vrouw aan te gaan.
- God heeft alle andere vormen van sex verboden.

4. Wat de gevolgen van ongehoorzaamheid zijn.

De eerste tegennatuurlijke seksuele handelingen vinden we al vroeg in Gods woord.
Vreemd genoeg worden deze eerste misdadige handelingen niet door mensen maar door engelen gepleegd.

Hieronder vind u een wat lange impressie uit verschillende boeken van wat er gebeurt is:

En het geschiedde, als de mensen op den aardbodem begonnen te vermenigvuldigen, en hun dochters geboren werden,
Dat Gods zonen de dochteren der mensen aanzagen, dat zij schoon waren, en zij namen zich vrouwen uit allen, die zij verkozen hadden.
Toen zeide de HEERE: Mijn Geest zal niet in eeuwigheid twisten met den mens, dewijl hij ook vlees is; doch zijn dagen zullen zijn honderd en twintig jaren.
In die dagen waren er reuzen op de aarde, en ook daarna, als Gods zonen tot de dochteren der mensen ingegaan waren, en zich kinderen gewonnen hadden; deze zijn de geweldigen, die van ouds geweest zijn, mannen van name.

En het gebeurde dat toen de mensenkinderen talrijk geworden waren, dat er aan hen in die dagen mooie en bevallige dochters geboren werden. En de engelen, de kinderen van de hemel, zagen hen, verlangden naar hen, en zeiden tegen elkaar:
'Kom, laat ons vrouwen kiezen vanuit de mensenkinderen en nageslacht bij hen verwekken'. En Semjeza, die hun leider was, zei tegen hen: 'Ik ben bang dat gij niet werkelijk met deze daad zult instemmen, en ik alleen de straf voor een grote zonde zal moeten dragen'.
En zij allen antwoordden hem en zeiden: 'Laat ons allen met een eed zweren, en ons onder wederzijds toezicht allen aan elkaar binden om dit plan niet te verlaten, maar het uit te voeren'.
Toen zwoeren zij gezamenlijk en verbonden zich eraan door er wederzijds op toe te zien.
En het waren er allen tezamen een
tweehonderd die in de dagen van Jered neerdaalden op de top van de berg Hermon, en zij noemden het de berg Hermon omdat zij gezworen hadden en zich eraan verbonden hadden door er wederzijds op toe te zien. En dit zijn de namen van hun leiders: Semjeza, hun leider, Areklba, Rameël, Kokablel, Tamlel, Ramlel, Danel, Ezekweël, Barekwijal, Azazel, Armaros, Baterel, Ananel, Zakwiël, Samzepeël, Saterel, Turel, Jomjael, Sariël. Dit zijn hun oversten van tien.
En alle anderen met hen namen zichzelf vrouwen, en ieder koos er een voor zich, en zij begonnen in hen te gaan en zich met hen te verontreinigen, en zij leerden hen tovernarij en banspreuken, en het insnijden van wortels, en maakten hen vertrouwd met kruiden.
En zij werden zwanger, en zij baarden grote reuzen,
wier grootte drieduizend(?) el was; Dezen verorberden alles wat de mensen voortbrachten.
En toen de mensen ze niet langer konden onderhouden, keerden de reuzen zich tegen hen en aten mensen op. En zij begonnen te zondigen tegen vogels, en dieren, en reptielen, en vissen, en eenieder de ander zijn vlees te eten, en het bloed te drinken.
Daarna klaagde de aarde de wettelozen aan...
En Azazel leerde de mensen zwaarden te maken, en messen, en schilden, en borstplaten, en deed hen de metalen van de aarde kennen en de kunst om hen te
bewerken, en armbanden en ornamenten, en het gebruik van antimoon, en het vervraaien van de oogleden, en allerlei soorten kostbare gesteenten, en elkekleurvloeistof.
En er kwam veel goddeloosheid op, en zij gaven zich over aan verkrachtingen, en zij werden tot dwaling geleid, en werden verdorven in al hun wegen.
Semjeza onderwees banspreuken en wortelinsnijdingen, Armaros het opheffen van banspreuken, Barakwijal (onderwees) astrologie, Kokabel de constellaties, Ezekweël de kennis van de wolken, Arakwiël de tekenen van de aarde, Samsiël de tekenen van de zon, en Sariël de baan van de maan. En naarmate de mensen wegkwijnden, schreeuwden zij het uit, en hun roep steeg op ten hemel...

en zie! de Wachters riepen mij en zeiden tot mij:
Gij schriftsteller van rechtvaardigheid, ga, verklaar aan de Wachters der hemel die de hoge hemel, de heilige eeuwige plaats, verlaten hebben en zich met
vrouwen verontreinigd hebben, en de dingen naar de wijze van de aardse kinderen gedaan hebben, en vrouwen in bezit hebben genomen:
Gijlieden hebt de aarde eengrote vernietiging toegebracht, en gij zult geen vrede noch vergeving van zonde hebben; en in dezelfde mate waarin zij genieten van hun kinderen, zullen zij het vermoorden van hun geliefden zien, en over de vernietiging van hun kinderen zullen zij weeklagen, en er tot in tijden hun smekingen op richten, maar genade en vrede zullen zij niet verkrijgen.

En ga, zeg tegen de wachters der hemel.
Waarom hebt gij de hoge, heilige, en eeuwige hemel verlaten, en bij vrouwen gelegen, en uzelf met de dochters der mensen verontreinigd en uzelf vrouwen toegeëigend, en gelijk de kinderen der aarde gedaan, en reuzen (als uw) zonen verwekt? En ondanks dat gij heilig en geestelijk waart, en het eeuwig leven had, hebt gij uzelf met het bloed van vrouwen verontreinigd, en (kinderen) met het bloed dat in het vlees is verwekt, en gelijk de mensenkinderen vlees en bloed begeerd zoals ook zij doen die doodgaan en verdwijnen. Daarom heb ik hen ook vrouwen gegeven zodat zij die zwanger konden maken, en kinderen van hen konden krijgen, opdat het hun aldus aan niets op aarde zou ontbreken. Maar gij waart voorheen geestelijk, het eeuwig leven bezittend, en onsterfelijk voor alle generaties van de wereld. En daarom heb Ik geen vrouwen voor u bestemd; want wat de geesten der hemel betreft, in de hemel is hun verblijfplaats.

het grote oordeel waarin de tijd zal aflopen voor de Wachters en de goddelozen, ja, tot een volledig einde zal komen".
En nu voor wat betreft de Wachters die u gezonden hebben om voor hen te bemiddelen, die voorheen
in de hemel waren, (zeg tot hen): "Gij zijt in de hemel geweest, maar nog niet alle mysteries waren al aan ulieden geopenbaard, en gij wist de waardeloze ervan, en deze hebt gij in de gevoelloosheid van uw harten aan de vrouwen bekend gemaakt, en door deze mysteries berokkenen vrouwen en mannen veel kwaad op aarde".
Zeg hen daarom: "Gij zult geen vrede kennen"'.

En de engelen, die hun beginsel niet bewaard hebben, maar hun eigen woonstede verlaten hebben, heeft Hij tot het oordeel des groten dags met eeuwige banden onder de duisternis bewaard. Gelijk Sódoma en Gomórra, en de steden rondom dezelve, die op gelijke wijze als deze gehoereerd hebben, en ander vlees zijn nagegaan, tot een voorbeeld voorgesteld zijn, dragende de straf des eeuwigen vuurs.

Aan het bovenstaande zien we een aantal dingen.
Ten eerste zien we dat er een groep engelen (niet degene die met satan zijn afgevallen) hun post in de hemel verlaten om een seksuele relatie met de vrouwen van de mensen aan te gaan.
Dit was tegen de scheppingsorde van God en resulteerde in een kruising van twee rassen (mensen en engelen).
Hieruit werd een ras van reuzen geboren die andere kenmerken had zoals wij ook in de dieren kunnen zien die een kruising van rassen zijn.
Voorbeelden zijn de lijger, de hybridekameel en de muilezel.
Ten tweede zien we dat zonde, zonde voortbrengt.
Ten derde zien we dat God hier zo vertoornd over is dat deze groep engelen op Zijn bevel gevangen genomen is en dat zij in eeuwigheid geen vergeving van hun zonden kunnen krijgen.
Ten vierde was door hun toedoen de aarde zo verdorven dat God besloot de zondvloed op te laten komen.
Zo werden de mensen die zichzelf met de engelen ingelaten hadden allemaal gedood.
Ook hun wacht het rechtvaardige oordeel op de laatste oordeelsdag.

God zegt dat seksuele handelingen tussen rassen een gruwelijke vermenging is.

Wat de ongehoorzaamheid van de mensen betreft, daar is God heel duidelijk over.
Want er staat geschreven:

Of weet gij niet, dat de onrechtvaardigen het Koninkrijk Gods niet zullen beërven?
Dwaalt niet; noch hoereerders, noch afgodendienaars, noch overspelers, noch ontuchtigen, noch die bij mannen liggen, noch dieven, noch gierigaards, noch dronkaards, geen lasteraars, geen rovers zullen het Koninkrijk Gods beërven.

Of weet gij niet, dat die de hoer aanhangt, één lichaam met haar is? Want die twee, zegt Hij, zullen tot één vlees wezen.
Maar die den Heere aanhangt, is één geest met Hem.
Vliedt de hoererij.
Alle zonde, die de mens doet, is buiten het lichaam, maar die hoererij bedrijft, zondigt tegen zijn eigen lichaam.
Of weet gij niet, dat ulieder lichaam een tempel is van den Heiligen Geest, Die in u is, Dien gij van God hebt, en dat gij uws zelfs niet zijt?

Bezondigen je je eigen lichaam door op seksueel gebied ongehoorzaam aan de inzettingen van God te zijn dan kun je in het rijk van God niet binnengaan.
Dan is de hel de plaats waar je voor eeuwig zult moeten verblijven samen met satan en de engelen die Gods woord ongehoorzaam waren.

Zegt u "dat is wel erg kras?".
Lees de geschiedenis van Onan maar eens.

Juda nu nam een vrouw voor Er, zijn eerstgeborene, en haar naam was Thamar.
Maar Er, de eerstgeborene van Juda, was kwaad in des HEEREN ogen; daarom doodde hem de HEERE.
Toen zeide Juda tot Onan: Ga in tot uws broeders huisvrouw, en trouw haar in uws broeders naam, en verwek uw broeder zaad.
Doch Onan, wetende, dat dit zaad voor hem niet zoude zijn, zo geschiedde het, als hij tot zijns broeders huisvrouw inging, dat hij het verdierf tegen de aarde, om zijn broeder geen zaad te geven.
En het was kwaad in des HEEREN ogen, wat hij deed; daarom doodde Hij hem ook.

Hier gaat het over het broederhuwelijk.
Onan ging dus niet vreemd maar trok zich terug zodat zijn zaad (op de grond) verloren ging.
God zag en ziet dit ook als een zonde tegen Zijn gebod, en met God valt niet te spotten.


Als laatste kijken wij naar de "andere" vormen zoals polygynie van het huwelijk in de Bijbel.

Als u dit goed leest ziet u dat dit altijd gaat over een huwelijk tussen een man en (meerdere) vrouw(en).

God heeft door de gebrokenheid van deze wereld binnen de grenzen van de scheppingsorde dit soort relaties niet tot zonde verklaard, hoewel er vaak geen zegen op ruste vanwege onder andere jaloezie.

Daarom heeft God er wel regels aan verbonden.

Zo staat in Exodus;

Exodus 21

10 Indien hij voor zich een andere neemt, zo zal hij aan deze haar spijs, haar deksel, en haar huwelijksplicht niet onttrekken (in een andere vertaling staat niet verminderen in plaats van onttrekken)






maandag 9 juli 2018

Christenvervolging

Nederland is een land van vrijheden.
De vrijheid van Godsdienst is samen met de vrijheid van meningsuiting opgenomen in onze grondwet.
Christenvervolging is voor veel mensen iets dat alleen in het buitenland speelt.
Christenen die gemarteld, gekruisigd, verband, gelyncht, onthoofd of op een andere manier vermoord worden.
Het is bekend dat er elke 11 minuten een christen sterft vanwege zijn of haar geloof.
Christenen die buitengesloten worden op scholen, universiteiten, banen, gemeenschappen en overheden.
Christenen die dagelijks bespot, uitgescholden, gehoond en geslagen worden.
Christenen die niets kunnen kopen of verkopen, omdat niemand zaken met ze willen doen.

Nee dat is in Nederland niet het geval.
In Nederland zijn gelovigen wettelijk beschermd tegen deze practijken.
Maar is dat echt wel zo?
Nee want de wet kan de gelovigen niet beschermen tegen het sociale opvattingen van de bevolking, het sentiment van een politieke partij of de weerstand van andere geloofsgeroepen.
Ook in democratisch Nederland lijden christenen onder verschillende vormen van geloofsvervolging.
Omdat dit tegen onze grondwet is word er vaak een andere reden verzonnen om deze vormen van pesten en onderdrukking te rechtvaardigen.

Zo is er het voorbeeld van de boer die "Jezus red" op het dak van zijn schuur had geplaatst.
Eerst probeerde verschillende instanties het te verbieden omdat ze tegen de inhoud van de tekst waren.
Toen ze erachter kwamen dat een actie was tegen een geloofsovertuiging verzonnen ze een andere aanklacht op grond van dat het niet zou passen in de omgeving.

Een ander voorbeeld is een verlicht reclamebord van een kerk in een Nederlandse gemeente met de zelfde tekst "Jezus red" met de verwijzing naar de diensten van dat kerkgenootschap.
Voor dit reclamebord werd jarenlang huur betaald en niemand stoorde zich eraan.
Totdat een plaatselijke afdeling van een landelijke anti christelijke partij besloot dat dat bord verwijderd moest worden omdat het "niet meer van deze tijd" was.

Ook mag van de plaatselijke politiek in menige stad de kerkklokken op zondagmorgen niet meer geluid worden wat voor christenen al eeuwen lang bij de uitoefening van hun geloofsbeoefening hoort.

Ook in de landelijke politiek zijn anti christelijke partijen veel geld en energie aan het verspillen om elke verwijzing naar het christelijk geloof uit het land weg te doen.
Een voorbeeld daarvan is dat men pasgeleden een wetsvoorstel indiende dat de aanhef van elke wet moest veranderen.
Zo moest de aanhef 'Wij Willem- Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje- Nassau, enz. enz. Ontdaan worden van bij de gratie Gods omdat dit niet meer van deze tijd zou zijn.
Een nodeloze wijziging die een hoop geld, energie en tijd kost om door te voeren hoewel er aan de inhoud van de wetten niets zou veranderen.

De Nederlandse christenen van tegenwoordig mogen van de niet christelijke bevolking hun geloof alleen achter hun voordeur en kerkdeur beleven.
En zelfs dan wil de overheid hun kinderen anti christelijke gedachten via de media en de scholen opdringen.
Gedachtegoed dat lijnrecht tegenover elke vorm van christelijke normen en waarden ingaat terwijl het christelijke gedachtegoed vaak onterecht als discriminatie wordt bestempeld.

In de landen om ons heen zien we al gebeurtenissen die tekenen hoe de christen onderdrukt en monddood gemaakt wordt.
Zo is er een arts in Duitsland die geen euthanasie wilde plegen ontslagen, een verloskundige in Denemarken kreeg geen baan omdat ze geen abortus wilde plegen (wat de verloskundige praktijken daar doen).

In Engeland gaat men al een stukje verder.
Een kerk die op een poster waarschuwde voor de hel moest in opdracht van de politie de poster verwijderen en een Engelse predikant van een andere kerk is veroordeeld omdat hij gezegd had dat Jezus Christus de enige weg ten leven is en dat iedereen die niet in Jezus gelooft in de hel zal komen.

Er zijn ook voorbeelden van pesterijen en uitlokking.
Zo werd een Christelijke bakker in Ierland veroordeeld omdat een paar homofielen die wilden gaan trouwen opzettelijk bij deze bakker een bruidstaart bestelden waar de bakker een opschrift op moest maken.
Dit opschrift luide: wij ondersteunen het homohuwelijk.
De bakker weigerde op grond van zijn geloof deze taart te bakken en werd door de rechter veroordeeld wegens discriminatie.

En in Nederland?
In Nederland hebben we het voorbeeld van de trouwambtenaar.
Er waren Christelijke trouwambtenaren die op grond van hun geloofsovertuiging geen mensen konden trouwen die van het zelfde geslacht waren.
De gemeentes hadden hiervoor een prima oplossing bedacht, ze hadden meerdere trouwambtenaren waarvan er genoeg geen gewetensbezwaren hadden met het trouwen van mensen van het zelfde geslacht.
Dat was niet naar de zin van het COC dus kozen homo's en lesbiennes massaal die trouwambtenaar die vanwege hun geloofsovertuiging geen mensen konden trouwen die van het zelfde geslacht waren.
Het gevolg was dat de politiek er voor zorgde dat gewetensbezwaarde trouwambtenaren ontslagen werden en dat deze functie niet meer beschikbaar is voor gelovigen.

Ook de 24 uurs-economie brengt de gelovige christenen in de problemen.
Ze maken (veelal bij handwerk beroepen) grote kans bij een sollicitatie afgewezen te worden omdat zij de zondag om hun geloofsovertuiging niet kunnen werken.
Deze zelfde geloofsovertuiging belemmerd de promotiekansen en doorgroeimogelijkheden.
Natuurlijk worden ze niet afgewezen om hun geloofsovertuiging (wat wettelijk verboden is) maar worden belemmerd om te solliciteren of krijgen een afwijzing omdat ze niet "in het profiel" zouden passen.

Een christen die op zijn werk of op school uitkomt voor zijn of haar geloof krijgt vaak niet alleen de negatieve gevolgen en reacties van zijn of haar collega's maar ook van leidinggeven en werkgevers.
Zo is er het voorbeeld van een universiteit die een afgestudeerde student zijn diploma niet wilde geven omdat hij in het voorwoord van zijn toespraak een dankwoord wilde uitspreken voor de steun die hij van zijn familie en van God had ontvangen.
De universiteit keurde het dankwoord aan de familie goed maar het dankwoord aan God moest geschrapt worden met als sanctie dat hij zijn diploma niet zou krijgen.

Al deze zaken tonen dat de christenen, hoewel officieel wettelijk beschermd in Nederland niet gevrijwaard zijn van intimidatie en discriminatie door landelijke wetgeving, locale regelgeving en andere sociale opvattingen op het gebied van arbeidstijden, medische en ethische kwesties.

Deze vormen van onderdrukking worden toegepast door vijanden van christenen en mensen die daar onwetend en onnadenkend aan meedoen.

zondag 17 juni 2018

Koninklijk bruilofts(avond)maal

Laatst zat ik van 's levenszorgen uitgeput op een kruispunt, leeg en blut.
Ik stond in de schuld bij de Heer des lands, had naar de mens gezien geen enkele kans, om te ontkomen aan mijn straf, zonder rust zelfs in het graf.

Een koningklijke heraut kwam toen voorbij, en sprak zo vriendelijk tegen mij.
Ik luisterde met open mond en tranen vielen op de grond.
Hij sprak van gratie en gena door het offer van Golgotha.
De koning scholt al mijn schulden kwijt, ik stond niets meer in het krijt!
Ik riep toen, ach mijn Heer, dat kan voor mij toch echt niet meer!
Weet u wel wat ik heb gedaan, hoe ik met schulden ben bellaan!
En weet U ook mijn beste heraut dat ik gestolen heb, des Konings goud.
Mijn vonnis ligt alrede klaar, aan 't eind der tijden, reken maar!
En elke dag zo groeit mijn schuld, tot het uit is met het geduld, van de koning en zijn zoon, en dan wacht mij mijn verdiende loon.
Ik heb des Konings wet met voeten getreden, en ik heb geen enkele reden, om te denken waarom Hij mij gena zou schenken.
Zie mijn vodden en bekijk mijn staat hier in het slijk.

De heraut keek mij vriendelijk aan en sprak; zo zegt de koning, al wat je hebt misdaan zij je vergeven en ik wil dat jij bij me komt leven.
Ik nodig je hierbij uit voor het feest ter ere van Mijn Zoon, kom nu direct, je weet waar ik woon.
Maar koop voordat het het paleis betreedt eerst voor jezelf een bruiloftskleed.

Een bruiloftskleed kopen zo riep ik luid, maar ach mijn Heer ik heb geen duit.
Ik bezit buiten de vodden om mijn lijf het perkament van mijn schuldbekentenis, maar heb zelf geen rooie cent.
Hoe kan ik een bruiloftskleed gaan kopen waarmee ik het paleis kan binnen lopen.

De heraut zei mij toen aan dat ik naar het paleis moest gaan.
De koning wisselt uw schuldbekentenis en uw boetekleed om in een schitterend bruiloftskleed.
Ga nu gauw zij hij, 't is echt waar, alles voor het feest staat klaar.

Met lood in de schoenen en bezwaard gemoed, voegde ik mij in de stoet, van mensen met het laagst alooi die als schapen die opgaan naar de kooi.
Eenmaal bij 't paleis, 't is echt waar, stond daar alles voor ons klaar.
De gratie en het bruiloftskleed, ik werd gewassen en gekleed.
O wat een gena, dit schitterend feest, al is het niet voor iedereen geweest.
Één man wilde zijn schuldbekentenis en boetekleed niet ruilen voor een bruiloftskleed.
De koning was kortaf en zei, gooi hem eruit en gauw.
Ik wil niets meer te maken hebben met jouw.
Ik bood je gratie en gena, door 't offer van mijn Zoon op Golgotha.
Nu kom je met je schulden en je vuile kleren en hebt van mijn knechten niets willen leren.
Ga heen naar de duisternis daarbuiten, naar mijn gena kun je voorgoed fluiten.

Het feest begon en 's konings Zoon besteeg vol eer zijn troon en ik geef Hem eer die Zijn leven gaf en voor mij ging in het graf.

Amen.

woensdag 4 april 2018

De Emmaüsgangers, twee verdwaalde schapen en de Goede Herder.

De Emmaüsgangers, twee verdwaalde schapen en de Goede Herder.

Lucas 24

13 En zie, twee van hen gingen op denzelfden dag naar een vlek, dat zestig stadiën van Jeruzalem was, welks naam was Emmaüs;

Twee van hen, wie zijn die twee en wie zijn die hen?
Duidelijk is dat dit discipelen van Jezus waren.
Uit de Heilige Schrift blijkt duidelijk dat de aanhang van Jezus niet alleen de twaalf discipelen betrof maar dat er een vaste schare van ongeveer 120 mensen die Hem volgde.
Deze twee discipelen behoorde tot die groep.

14 En zij spraken samen onder elkander van al deze dingen, die er gebeurd waren.

Uit het bovenstaande blijkt dat zij de groep discipelen verlaten hadden en dat zij moedeloos naar hun huis terugkeerden.

15 En het geschiedde, terwijl zij samen spraken, en elkander ondervraagden, dat Jezus Zelf bij hen kwam, en met hen ging.

Zij spraken en ondervraagden elkaar en zagen geen toekomst meer nadat Jezus gestorven en begraven was.
Maar de Goede Herder ziet hier naar Zijn schapen om, ziet dat er twee afdwalen die zich reddeloos verloren voelen.
En zelfs al had Jezus het erg druk die dag (Hij had de zaligen uit het dodenrijk verlost, Zijn overwinning geproclameerd aan de gevallen engelen in de tartarus, ontmoetingen gehad met de vrouwen die zijn graf bezochten en een ontmoeting met Petrus gehad) toch laat hij deze twee schapen zie dreigen af te dwalen niet verdwalen en Hij gaat bij ze lopen.

16 En hun ogen werden gehouden, dat zij Hem niet kenden.

Jezus houdt hun ogen gesloten, waarom?
Jezus wil hen leren en zelf in laten zien wat er in de schriften over Hem geschreven staat.
Daarbij was Jezus al langer bij hen dan dat zij dachten.
Hij zag ze hoe moedeloos ze de groep discipelen verlaten hadden en is ze als een goede herder onzichtbaar gevolgd.
Jezus is opgestaan met een onvergankelijk hemels lichaam dat niet gebonden is aan tijd en ruimte.
Hij kan voor mensenogen onzichtbaar of onherkenbaar zijn, deuren en muren zijn voor Hem geen obstakel meer en de scheiding tussen tijd en eeuwigheid is voor hem (net als bij engelen) weggevallen.

17 En Hij zeide tot hen: Wat redenen zijn dit, die gij, wandelende, onder elkander verhandelt, en waarom ziet gij droevig?

Jezus is hier de ultieme trooster.
Hij geeft eerst de ruimte aan deze mensen om hun hart te luchten en al hun verdriet eruit te gooien.
Dat is een voorbeeld voor iedereen die troost wil brengen aan iemand die verdriet heeft of teleurgesteld is.
Pas als iemand zijn verdriet heeft geuit kan er worden begonnen met het geven van troost.

18 En de een, wiens naam was Kléopas, antwoordende, zeide tot Hem: Zijt Gij alleen een vreemdeling te Jeruzalem, en weet niet de dingen, die deze dagen daarin geschied zijn?

is het bijzonder dat Lucas hier een naam noemt?
Nee Lucas heeft zijn evangelie opgetekend nadat hij een gedegen onderzoek had gedaan en mensen gesproken had die het hadden meegemaakt of die er getuigen van waren geweest.
Het feit dat Lucas in sommige  gevallen afwijkend van Mattheüs en Markus 1 in plaats van 2 blinden of 1 in plaats van 2 bezetenen noemt is te wijten aan het feit dat hij voor de andere gevallen geen getuigen heeft kunnen vinden.
Kléopas is dus de man die Lucas gesproken heeft en waarvan hij het ooggetuige verslag heeft opgetekend.

Kléopas reageert verbaasd, iemand die niet weet wat er gebeurt is?

19 En Hij zeide tot hen: Welke? En zij zeiden tot Hem: De dingen aangaande Jezus den Nazaréner, Welke een Profeet was, krachtig in werken en woorden, voor God en al het volk.
20 En hoe onze overpriesters en oversten Denzelven overgeleverd hebben tot het oordeel des doods, en Hem gekruisigd hebben.
21 En wij hoopten, dat Hij was Degene, Die Israël verlossen zou. Doch ook, benevens dit alles, is het heden de derde dag, van dat deze dingen geschied zijn.
22 Maar ook sommige vrouwen uit ons hebben ons ontsteld, die vroeg in den morgenstond aan het graf geweest zijn;
23 En Zijn lichaam niet vindende, kwamen zij en zeiden, dat zij ook een gezicht van engelen gezien hadden, die zeggen, dat Hij leeft.
24 En sommigen dergenen, die met ons zijn, gingen heen tot het graf, en bevonden het alzo, gelijk ook de vrouwen gezegd hadden; maar Hem zagen zij niet.

Zo vertelt Kléopas alles wat hen dwars zit, wat ze verwacht hadden en met welke tegenstellingen zij nu te maken hebben.
Ze weten niet wat ze moeten denken van de verhalen die de vrouwen hebben verteld.
Zeker niet omdat Petrus en Johannes het graf leeg hebben aangetroffen maar geen spoor van Jezus gezien hebben.
Duidelijk is dat zij beiden de moed hebben opgegeven en van plan zijn om hun oude leven weer op te pakken.
Maar Jezus zou Jezus niet zijn als hij zijn volgelingen zo maar in de steek zou laten.

25 En Hij zeide tot hen: O onverstandigen en tragen van hart, om te geloven al hetgeen de profeten gesproken hebben!
26 Moest de Christus niet deze dingen lijden, en alzo in Zijn heerlijkheid ingaan?
27 En begonnen hebbende van Mozes en van al de profeten, legde Hij hun uit, in al de Schriften, hetgeen van Hem geschreven was.

Jezus geeft zich hier nog niet bloot, Hij wil dat zij Hem leren kennen en begint hen te onderwijzen uit de schriften.
De schriften laten aan de twee discipelen zien wie de Christus nu werkelijk is.
Had Jezus het zelfde bereikt als Hij zich direct bekend gemaakt had?
Waarschijnlijk niet, dan zouden de twee discipelen niet hebben ingezien wie hun verlosser nu echt was.

28 En zij kwamen nabij het vlek, daar zij naar toegingen; en Hij hield Zich, alsof Hij verder gaan zou.
29 En zij dwongen Hem, zeggende: Blijf met ons; want het is bij den avond, en de dag is gedaald. En Hij ging in, om met hen te blijven.
30 En het geschiedde, als Hij met hen aanzat, nam Hij het brood, en zegende het, en als Hij het gebroken had, gaf Hij het hun.

Hij ging achter hen aan.
Hij haalde hen in.
Hij gaf hen te kennen wie de Christus is.
Hij ging bij hen in.
Hij zegende hun brood.
Hij gaf hun voeding, voor lichaam en geest.

31 En hun ogen werden geopend, en zij kenden Hem; en Hij kwam weg uit hun gezicht.

Toen Jezus alles gedaan had wat nodig was opende Hij hun ogen.
Waarom bleef Jezus niet?
Waarom verdween Hij uit hun ogen?
Jezus heeft in hun harten het goede zaad gezaaid, als Hij zou blijven zouden de twee discipelen niet naar de kudde terugkeren.

32 En zij zeiden tot elkander: Was ons hart niet brandende in ons, als Hij tot ons sprak op den weg, en als Hij ons de Schriften opende?
33 En zij, opstaande ter zelfder ure, keerden weder naar Jeruzalem, en vonden de elven samenvergaderd, en die met hen waren;

Treffend is dat de Herder nu voor zijn schapen uitgaat en de schapen Hem volgen hoewel ze Hem niet meer met hun ogen zien.

34 Welke zeiden: De Heere is waarlijk opgestaan, en is van Simon gezien.
35 En zij vertelden, hetgeen op den weg geschied was, en hoe Hij hun bekend was geworden in het breken des broods.
36 En als zij van deze dingen spraken, stond Jezus Zelf in het midden van hen, en zeide tot hen: Vrede zij ulieden!

Stond Jezus er toen pas?
Nee, ik geloof dat Jezus al langer in hun midden was maar dat Hij wilde dat Zijn discipelen zouden geloven zonder dat ze Hem zagen.
Daarmee liet Hij de twee discipelen Zijn lessen aan de anderen doorgeven.
Als de boodschap gegeven is en de discipelen geloven verschijnt Hij aan Zijn volgelingen.

Zalig zijn de mensen die niet gezien hebben maat toch geloven.

zondag 25 maart 2018

De preek van de moordenaar aan het kruis.

De preek van de moordenaar aan het kruis.

En er werden ook twee anderen, zijnde kwaaddoeners, geleid, om met Hem gedood te worden.

In de Bijbel staan deze veroordeelden te boek als kwaaddoeners.

Hoewel er vaak wordt gezegd dat het twee moordenaars zijn is het woord kwaaddoeners vertaald vanuit het Griekse woord κακοῦργος dat boosdoener betekent

Mattheüs en Markus noemen ze λῃστής dat weer rover, plunderaar of zeerover betekent.

Wat die twee precies gedaan hadden en of ze zoals de verhalen vertellen vrijheidsstrijders zouden zijn laten wij rusten omdat de Bijbel hier niets over zegt.

Wel is duidelijk dat het hier gaat over een misdaad die de romeinse overheid bestrafte met de kruisiging.

Dit onderschrijft dat het hier om mannen van het joodse volk gaat omdat romeinen nooit door kruisiging werden geëxecuteerd.

En toen zij kwamen op de plaats, genaamd Hoofdschedel plaats, kruisigden zij Hem aldaar, en de kwaaddoeners, den een ter rechter zijde en den ander ter linker zijde.

Het gaat hier om twee veroordeelden die samen met Jezus door kruisiging werden geëxecuteerd.

De aanname is vaak dat de veroordeelde aan de rechterhand van Christus de gene was die de ander bestrafte en van Jezus genade mocht ontvangen.

De Bijbel spreekt hier echter niet van, dus wij zullen nooit weten aan welke kant de “goede” en aan welke kant  de “slechte” boosdoener heeft gehangen.

En een der kwaaddoeners, die gehangen waren, lasterde Hem, zeggende: Indien Gij de Christus zijt, verlos Uzelven en ons.

Over deze kwaaddoener wordt bijna nooit gesproken en dat is jammer.

Aan de andere kwaaddoener spiegelen veel mensen zich graag omdat die op het laatste ogenblik behouden werd.

Aan deze kwaaddoener spiegelen de mensen zich liever niet omdat men ervan uitgaat dat deze man voor de eeuwigheid verloren is.

Hij die net als Jezus en de andere kwaaddoener vreselijke pijnen leed welke de kruisdood met zich meebrengt moet radeloos van de pijn gereageerd hebben op de dingen die de overpriesters, de soldaten en het volk riepen.

Let wel dat de Joden een Messias verwachten die krachtdadig zou optreden en inderdaad bovennatuurlijke krachten en gaven van God ontvangen zou hebben.

De vraag is of wij deze kwaaddoener iets kunnen verwijten.

Hoe snel roepen wij iets met de massa mee?

Hoe snel delen wij een mening die door de maatschappij algemeen gevonden word?

Deze man hoorde de beschimpingen en de spot, en ging meedoen.

Waarom hij dat deed is duidelijk.

Als Jezus inderdaad de macht had om van het kruis te komen (en die macht had Hij: zie Mattheüs 26 vers 53) dan zou Hij (menselijk geredeneerd) ook de mensen redden die met Hem hetzelfde lot ondergingen.

Deze man dacht dus alleen aan het hier en nu.

Als wij in pijn zijn of zorgen en problemen hebben denken wij dan ook niet verder dan het hier en nu?

Stel dat jij bijvoorbeeld vreselijke pijnen zou lijden.

Zou jij het nadat de reguliere geneeskunde niets meer voor je kan doen je dan niet tot de alternatieve genezers wenden of erger nog naar een spiritist om maar van de pijn af te komen?

Denk jij dan ook niet verder dan het hier en nu van de pijn die je op dat ogenblik hebt?

Ligt het gevaar niet op de loer dat je op dat moment niet nadenkt over de gevolgen van deze alternatieve geneeswijzen of de occulte handelingen van de spiritist?

Maakt het dan niet voor je uit hoe je van de pijn afkomt, als het maar gebeurd?

De bijbel zegt dat de satan ook wonderen kan doen.

Stel dat jij de satan was, zou jij dan geen genezing van een kwaal aanbieden als die mens dan voor eeuwig voor God verloren zou gaan?

Deze veroordeelde boosdoener is daarom een levensgroot waarschuwingsbord voor ons leven.

Maar de andere, antwoordende, bestrafte hem, zeggende: Vreest gij ook God niet, daar gij in hetzelfde oordeel zijt?

Plotseling horen wij tussen de bespottingen van overpriesters, soldaten en het volk een ander geluid.

Dwars door het gejoel en de bespottingen roept de andere boosdoener zijn medeveroordeelde een bestraffing toe.

Het eerste wat Hij zegt is, Vreest gij ook God niet?

Deze man vreest God dus wel en verbaast zich dat er met God totaal geen rekening gehouden wordt.

Hij weet dat God te vrezen is en laat zien zelfs in deze vreselijke omstandigheden een heilig ontzag voor God te hebben.

Wat een verschil met de andere kwaaddoener en de spottende menigte!

Hierin zien wij een waarschuwing, niet alleen naar zijn medeveroordeelde of aan de spottende menigte maar zeker ook aan ons.

Vrezen wij God wel?

Hebben wij ontzag voor de allerhoogste in alle omstandigheden?

Het tweede dat Hij zegt is: daar gij in hetzelfde oordeel zijt?

Hij ziet over dit leven heen en weet uit de schriften dat ook Hij in het oordeel van God staat.

Hij weet dat in de schriften staat:  Want God zal ieder werk in het gericht brengen, met al wat verborgen is, hetzij goed, of hetzij kwaad.

En wij toch rechtvaardiglijk; want wij ontvangen straf, waardig hetgeen wij gedaan hebben; maar Deze heeft niets onbehoorlijks gedaan.

Hij erkent dat hij schuldig is en dat hij de straf heeft verdiend en hij denkt aan het rechtvaardig oordeel van God die hem binnen enkele uren boven het hoofd zal hangen en ziet Jezus hangen, weet blijkbaar wie Jezus is en ziet HEM onschuldig lijden.

Beseffen wij dat wij schuldig zijn tegenover God en dat ook wij rechtvaardig de eeuwige straf verdienen?

Beseffen wij ten diepste hoe erg Jezus moest lijden om de prijs voor onze zonden te kunnen betalen?  

En hij zeide tot Jezus: Heere, gedenk mijner, als Gij in Uw Koninkrijk zult gekomen zijn.

Hij weet dat Jezus naar zijn koninkrijk gaat.

Hij weet ook dat Hij daar niet zal komen en weet dat hij naar de hel zal gaan.

Deze man vraagt niet veel aan Jezus, geen redding van het kruis en geen redding van de hel.

Het enige wat hij vraagt is: gedenk mijner.

Wat vraagt Hij nu eigenlijk?

Hij vraagt een stukje erbarmen in de hoop dat Jezus in de hel zijn eeuwig lijden een beetje zou willen verlichten.

Hij weet dat hij het niet heeft verdiend en dat hij ergens op hoeft te hopen.

Weten wij dat ook?

Hoe nederig is dan dit verzoek van deze kwaaddoener.

Hoe zijn onze verzoeken in onze gebeden aan de almachtige?

Hebben wij niet vaak een eisend boodschappenlijstje in plaats van het smekende verzoek van deze kwaaddoener die vergaat van de pijn?

En Jezus zeide tot hem: Voorwaar, zeg Ik u: Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn.

Wat een wonder van genade!

Jezus laat hier een zeldzaam wonder gebeuren dat een zondaar dat op het laatste moment van zijn leven nog zalig kan worden.

Wel ligt hier een waarschuwing voor alle mensen die zich graag willen spiegelen aan deze kwaaddoener.

Van de miljoenen mensen die op dat moment op aarde leefden is er maar één geweest die door zijn schuldbekentenis aan Jezus op het laatste moment behouden is geworden.

Laat niemand denken dat de zaligheid op het laatste moment in het leven wel even verkregen kan worden.

Pijn en ellende kan eerder verharden dan nederig maken en jij weet niet of je dan nog de (genade)tijd krijgt om je schuld te belijden en vergeving te vragen!

Dat laat deze geschiedenis duidelijk zien, twee mensen (kwaaddoeners) in de zelfde omstandigheden, één gaat verloren en één wordt behouden.

Denk aan de moordenaar aan het kruis!

Deze kreet wordt vaak geroepen ten goede.

Denk dan ook aan die andere die niet heden met jezus in het paradijs zou zijn.

Dat zou jij ook kunnen zijn!

God oordeelt jou ook over het gene wat jij wist of had kunnen weten.

Laat dit een waarschuwing zijn zonder dat wij aan de genade van God hoeven twijfelen door het offer van Jezus.